NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Beeldschermen

De Europese Richtlijn van 29 mei 1990 (90/270/EEG) inzake beeldschermwerk werd in Belgisch recht omgezet op 27 augustus 1993 en in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd op 7 september 1993. Het werd in de nieuwe Codex welzijn op het werk, opgenomen onder Titel 6, Hoofdstuk 2 dat de specifieke bepalingen inzake arbeidsmiddelen bespreekt.

De wetgeving is volledig in overeenstemming met het concept gevaar – risico – risicofactoren:

  • het gevaar is immers “werken met een beeldscherm” (art. 2, 3 en 7),
  • het risico wordt bepaald in art. 4, §1, 1° en werd in deze bijdrage uitvoerig besproken onder 2,
  • de risicofactoren en hun minimale correcties worden uitvoerig toegelicht in de bijlage van het KB.

Van belang voor een lokaal bestuur is te weten op welke werknemers deze specifieke wetgeving van toepassing is. Voor elke beeldschermwerker immers moet jaarlijks een bedrag worden betaald dat overeenstemt met 20 minuten arbeidsgeneeskunde.

Het hele KB is van toepassing (art. 2 en 3) op elke werkpost die uitgerust is met een beeldscherm behalve voor

  • bestuurdersplaatsen van voertuigen of machines
  • computersystemen in transportmiddelen
  • computersystemen voor publiek (bankterminals, infoschermen…)
  • kleine draagbare computers die niet in een werkpost zijn opgesteld
  • rekenmachines, kasregisters en andere
  • conventionele schrijfmachines met leesvenster.

De collectieve risicoanalyse (art. 4) moet dus voor alle beeldschermwerkposten worden uitgevoerd door de werkgever en de risicofactoren moeten geoptimaliseerd worden. De werkgever moet alle werknemers correct opleiden en informeren (art. 5).
De bijlage van het KB geeft meteen voor de belangrijkste risicofactoren de minimale correcties aan, die zeker moeten gerespecteerd worden (art. 6).
De werkgever moet het werk zo organiseren (art. 4, §2) dat er rustpauzes voorzien zijn voor werknemers die beeldschermwerk verrichten.

Het onderzoek van het gezichtsvermogen (art. 7) is enkel verplicht voor de werknemers die “gewoonlijk en gedurende een aanzienlijk deel van hun normale werktijd” een beeldscherm gebruiken. Wat wil dit nu zeggen in de praktijk? Volgende voorwaarden moeten vervuld zijn:

  • de werknemer is afhankelijk van een beeldscherm om zijn taak uit te voeren
  • hij kan niet zelf beslissen of hij al dan niet voor zijn taak een beeldscherm gebruikt
  • hij heeft een specifieke opleiding nodig
  • hij gebruikt het beeldscherm dagelijks ofwel voor ononderbroken werk gedurende minstens één uur ofwel voor frequent onderbroken werk met korte tussenpauzes
  • er is een snelle interactie tussen werknemer en beeldscherm
  • een grote graad van aandacht en concentratie is vereist.

Het is dus alleen voor deze werknemers dat de werkgever jaarlijks een bedrag dat overeenstemt met 20 minuten arbeidsgeneeskunde, afdraagt aan de arbeidsgeneeskundige dienst.

Het gezichtsvermogen wordt onderzocht door de arbeidsgeneesheer die van elke betrokken werknemer een medisch dossier opmaakt. Dit onderzoek gebeurt bij aanwerving en verder om de 5 jaar, tenzij bij werknemers ouder dan 50 jaar: om de 3 jaar.

Als tijdens een van deze onderzoeken een accomodatieprobleem wordt gevonden dat de werknemer hindert om zijn beeldschermtaak naar behoren te vervullen, en dit ondanks een gewone leesbril (voor 30 cm) of een gewone bril voor vérzicht (meer dan 2 meter), moet de werkgever een specifieke bril terugbetalen (alleen voor accommodatie op 60 cm). De gewone bril of lens voor vérzicht of lezen moet dus niet door de werkgever betaald worden, ook al heeft de ouder wordende werknemer last met lezen.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites