NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Ernstige ongevallen

Maatregelen om de herhaling van ernstige arbeidsongevallen te voorkomen 

Voorafgaande waarschuwing: De huidige toelichting heeft uitsluitend betrekking op de bepalingen van hoofdstuk XIbis van de wet van 4 augustus 1996. De uitvoeringsbesluiten komen op latere datum aan bod, in een gecoördineerde tekst.

Bijzondere plaats in de wet - historiek

De maatregelen zijn ondergebracht in een hoofdstuk XIbis dat na de strafbepalingen komt. Deze ongewone plaats binnen een wet vloeit voort uit het oorspronkelijke doel van de maatregelen. [Wet van 25 februari 2003 houdende maatregelen ter versterking van de preventie inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk; artikel 5, Belgisch Staatsblad van 14 maart 2003, Parl. Doc. Kamer, Doc. 50 2167/001, bladzijde 8]

Er werden geen regels vastgesteld waarvan de overtreding kan leiden tot een repressief optreden ten opzichte van de werkgever. Het was daarentegen de bedoeling hem te helpen om te vermijden dat een ernstig arbeidsongeval zich binnen zijn onderneming of instelling zou herhalen. De Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg zou na elk ernstig arbeidsongeval ambtshalve een extern deskundige aanstellen die de opdracht kreeg om het ongeval te onderzoeken en preventiemaatregelen ten behoeve van de werkgever voor te stellen. Het honorarium van de deskundige zou betaald worden door de verzekeringsmaatschappij inzake arbeidsongevallen bij wie de werkgever aangesloten was. De verzekeringsmaatschappij kon de kosten van het honorarium van de werkgever terugvorderen tot een maximum bedrag van 300 EUR. Het was tegelijk ook de bedoeling om de voorgestelde preventiemaatregelen ter beschikking te stellen van de andere werkgevers bij wie een gelijkaardig arbeidsongeval zou kunnen gebeuren.

Eind 2003 werd echter vastgesteld dat de vooropgestelde procedure niet van start kon gaan bij gebrek aan voldoende onafhankelijke externe deskundigen. Talrijke kandidaat-deskundigen waren immers lid van een interne of externe preventiedienst of van een preventiedienst van een verzekeringsonderneming, wat bij een aanstelling tot een onverenigbaarheid zou kunnen leiden.

De Programmawet van 27 december 2004 [Belgisch Staatsblad van 31 december 2004, artikelen 166 en 167, Parl. Doc. Kamer, doc. 51 1437/001 en 1438/002, bladzijde 96] verhelpt dit tekort door eerst en vooral de gevestigde preventiestructuren, die door de wet welzijn werknemers voorzien zijn, in te schakelen. Slechts nadat blijkt dat deze structuren falen of ontoereikend zijn, kan de overheid een extern deskundige aanstellen [Met uitzondering van een aantal door de Koning vastgestelde gevallen, waarbij de onmiddellijke aanstelling mogelijk is].

In dit kader moeten de werkgevers die bij een ernstig ongeval betrokken zijn, een aantal schikkingen treffen. Hoewel de kernidee betreffende de bijstand aan de werkgever om de herhaling van ernstige arbeidsongevallen te vermijden behouden is, zijn hierdoor in het hoofdstuk XIbis opnieuw bepalingen aanwezig waarvan het negeren tot strafvervolging kan leiden. Sommige van deze bepalingen zijn niet nieuw, bijvoorbeeld de verplichting van de werkgever om het ernstig arbeidsongeval door zijn bevoegde preventiedienst te laten onderzoeken. Maar in tegenstelling tot voorheen, toen een amalgaam van diverse uitvoeringsbepalingen van de wet naast elkaar moesten worden gelegd [KB van 27 maart 1998 betreffende de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, artikel 7, §1, 1°, d) en artikel 17, §§1 en 2; KB van 3 mei 1999 betreffende de opdrachten en de werking van de comités voor preventie en bescherming op het werk, artikel 11] om eruit te kunnen afleiden dat de werkgever inderdaad die verplichting had, blijkt zij nu op zeer transparante wijze uit één enkele zin in de wet (artikel 94ter, §1 of §2, naargelang het geval).

Definitie van ernstig arbeidsongeval

Het begrip ernstig arbeidsongeval wordt gedefinieerd als een ongeval dat zich op de arbeidsplaats zelf voordoet en dat wegens zijn ernst een grondig specifiek onderzoek vereist met het oog op het treffen van preventiemaatregelen die herhaling ervan moeten vermijden. De Koning bepaalt de criteria op basis waarvan het arbeidsongeval als ernstig arbeidsongeval wordt beschouwd.

  • Het moet een arbeidsongeval zijn dat zich op de arbeidsplaats zelf voordoet. Hier bestaat een duidelijk onderscheid met de arbeidsongevallen bedoeld in de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, die naast de ongevallen op de arbeidsplaats zelf, ook met arbeidsongevallen gelijkgestelde ongevallen bedoelt, bijvoorbeeld, de ongevallen op de weg naar en van het werk. Laatstgenoemde ongevallen, ook nog ongevallen op de arbeidsweg genoemd, mogen niet verward worden met andere types van wegongevallen. Autobus- of vrachtwagenchauffeurs, of handelsreizigers, bijvoorbeeld, die zich met een voertuig van de ene plaats naar de andere begeven in het kader van de arbeidsrelatie met hun werkgever, bevinden zich, tijdens de hele duur van zulke trajecten en van hun aanwezigheid op die plaatsen, op hun arbeidsplaats. Overkomt hen dan een ernstig ongeval, dan is dit een ernstig arbeidsongeval in de zin van de wet van 4 augustus 1996.
  • Het moet om een arbeidsongeval gaan dat wegens zijn ernst een grondig specifiek onderzoek vereist. Hiermee wordt naar de maatschappelijke achtergrond verwezen van het hoofdstuk XIbis van de wet [Parl. doc. Kamer, Doc. 50 2167/001, bladzijde 7]. Een samenleving die zich eerbiedigt, mag niet aanvaarden dat ongevallen die tot ernstige verwondingen van werknemers leiden en die vermeden hadden kunnen worden, geen of onvoldoende aandacht krijgen.
  • De omschrijving "dat wegens zijn ernst een grondig specifiek onderzoek vereist" is zeer ruim. Daarom draagt de wet de Koning op om de criteria vast te stellen die het ernstig arbeidsongeval nader definiëren. De parlementaire handelingen [Parl. doc. Kamer, Doc. 51 1437/001 en 1438/001, bladzijde 99, betreffende het artikel 171, 1° van het ontwerp van Programmawet van 27 december 2004] verwijzen naar de criteria opgenomen in het koninklijk besluit van 28 mei 2003 tot wijziging van het artikel 26 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk [KB van 24 februari 2005, artikel 1, vervangt het artikel 26 en heft tevens het KB van 28 mei 2003 op, artikel 23, zonder evenwel het principe van de criteria te raken]. Impliciet wordt daardoor ook verwezen naar de filosofie die achter de criteria schuilt. Ongevallen met een minimale arbeidsongeschiktheid van ten minste een maand vormen niet meer het criterium. Tot deze groep behoren immers ook de ongevallen met eerder onschuldige oorzaken, bijvoorbeeld, de persoon die over de eigen voeten struikelt of die, verstrooid, de hand tussen een dichtklappende deur steekt. Het heeft geen zin om nog aandacht te schenken aan dergelijke arbeidsongevallen waartegen de werkgever niet of nauwelijks preventief kan optreden. Het is daarentegen de bedoeling om zich te concentreren op de ongevallen waartegen wel degelijk preventief kan worden geageerd zodat hun herhaling voorkomen wordt. Dit zijn de ongevallen die kwetsuren veroorzaken en die te wijten zijn aan het falen of de ontoereikendheid van de materiële preventiemaatregelen [Parl. doc. Kamer, Doc. 50 2167/001, bladzijden 3 en 10], bijvoorbeeld een machinebeveiliging die ontbreekt of die niet meer correct functioneert.

Procedure

De toe te passen procedure omvat in de praktijk drie of vier stappen:

  1. Het ernstig arbeidsongeval wordt onmiddellijk door de bevoegde preventiedienst of – diensten onderzocht;
  2. Wanneer het arbeidsongeval een "zeer" [Hiermee worden de dodelijke arbeidsongevallen bedoeld en de arbeidsongevallen met een blijvende arbeidsongeschiktheid; parl. Doc., Kamer, doc. 51 1437/001 en 1438/001, bladzijde 104] ernstig karakter heeft, wordt het onmiddellijk aan de bevoegde ambtenaren gemeld;
  3. Om de onmiddellijke herhaling van het ernstig arbeidsongeval te vermijden, worden bewarende maatregelen getroffen;
  4. Een omstandig verslag over het ongeval wordt binnen de tien dagen na het ongevalgebeuren aan de bevoegde ambtenaar bezorgd.

De wet maakt een onderscheid tussen de ernstige arbeidsongevallen die gebeuren op arbeidsplaatsen waar de bepalingen van haar hoofdstukken IV of V van toepassing zijn en deze die op andere arbeidsplaatsen gebeuren. Deze laatste groep omvat onder andere:

  • de ongevallen overkomen aan werknemers in de inrichting van hun werkgever, in afwezigheid van werknemers van andere werkgevers of van zelfstandigen;
  • de ongevallen die gebeuren op arbeidsplaatsen waar de bepalingen van hoofdstuk III van toepassing zijn.

3.1. De hoofdstukken IV en V van de wet zijn niet van toepassing

Artikel 94ter, §1, bepaalt:

"Na elk ernstig arbeidsongeval draagt de werkgever van het slachtoffer er zorg voor dat het ongeval onmiddellijk door zijn bevoegde preventiedienst onderzocht wordt en bezorgt hij binnen de tien dagen volgend op het ongeval een omstandig verslag aan de in vorig artikel bedoelde ambtenaren".

  • De term "onmiddellijk" heeft meerdere implicaties.
  • Onmiddellijk na het ongeval kunnen ter plaatse nog de meeste getuigenissen gecapteerd worden of zijn nog een maximaal aantal materiële sporen aanwezig die kunnen bijdragen tot een zo correct mogelijke besluitvorming over de oorzaken van het ongeval en de preventiemaatregelen.
  • De verplichting die op de werkgever rust, gaat in op het ogenblik dat hij kennis krijgt van het ongeval.
    Bijvoorbeeld, van het ongeval dat zich op de zetel van de onderneming van de werkgever voordoet, is hij meestal op de hoogte gesteld binnen de minuten volgend op het ongevalgebeuren.
    In andere gevallen kan de tijdspanne tussen het ogenblik van het ongeval en het ogenblik waarop de werkgever geïnformeerd is, tot meerdere uren oplopen. Voorbeelden daarvan zijn ongevallen die op verplaatsing gebeuren, waarbij de werkgever vaak via derden op de hoogte wordt gesteld, zoals ongevallen tijdens onderhouds- of herstellingswerken in de woning van een particulier.
  • Werknemers kunnen arbeidsprestaties leveren en het slachtoffer worden van een ernstig arbeidsongeval buiten de normale diensturen van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk van hun werkgever, bijvoorbeeld bij ploegenarbeid. In dat geval moet de interne dienst zo snel mogelijk zijn opdracht aanvatten. De term "onmiddellijk" heeft evenwel niet voor gevolg dat de werkgever de organisatie van zijn interne dienst moet aanpassen derwijze dat deze ook volgens het ploegensysteem of met een wachtdienst functioneert. Indien zulke organisatie reeds bestaat, onder andere als gevolg van het overleg met het Comité voor preventie en bescherming op het werk en rekening houdend met de omvang van de onderneming en de aard van de activiteiten, wordt er uiteraard gebruik van gemaakt en wordt het onderzoek van de ernstige arbeidsongevallen bijvoorbeeld ook 's nachts of tijdens het weekeinde aangevangen. Indien de interne dienst uitsluitend dagprestaties levert, wordt het onderzoek gestart bij de aanvang van de eerstvolgende werkdag, volgend op het ernstig arbeidsongeval.
  • De werkgever draagt er zorg voor dat de bevoegde preventiedienst het ernstig arbeidsongeval onderzoekt. Dit houdt in dat hij deze dienst daartoe de opdracht geeft en er zich van vergewist dat de dienst de opdracht uitvoert. Zulke opdracht kan uitdrukkelijk, geval per geval, gegeven worden en gecontroleerd op hun uitvoering. Beide acties kunnen ook systematisch ondernomen worden ingevolge de toepassing van procedures die daartoe in de onderneming zijn opgesteld.
  • Met bevoegde preventiedienst wordt de interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk bedoeld die – afhankelijk van de grootte van de onderneming en de bedrijfssector waar zij toe behoort – van rechtswege [KB van 27 maart 1998 betreffende de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, artikel 11, §1, 1° en 2°: in de ondernemingen van groep C zonder preventieadviseur van niveau I of II en in de ondernemingen van groep D moet het onderzoek steeds door de externe dienst uitgevoerd worden] of door de werkgever met het onderzoek van de ernstige arbeidsongevallen belast is.
  • Het onderzoek door de preventiedienst heeft tot doel de oorzaken van het ernstig arbeidsongeval op te sporen en gepaste preventiemaatregelen uit te werken om herhaling van het ongeval te voorkomen. De resultaten van het onderzoek en de voorgestelde preventiemaatregelen worden door de dienst in een verslag verwoord, dat de werkgever aanvult met een verbintenis inzake de preventiemaatregelen die hij zal nemen, een realistische uitvoeringstermijn ervan en desgevallend het advies van het Comité voor preventie en bescherming op het werk [Part. Doc. Kamer; doc. 51 1437/001 en 1438/002, bladzijde 97] [Pro memorie: het Comité voor preventie en bescherming op het werk, bij ontstentenis van een comité, de vakbondsafvaardiging en bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging, de werknemers, overeenkomstig de bepalingen van de wet]. Het aldus aangevulde verslag vormt het "omstandig" verslag dat de werkgever binnen de tien dagen (kalenderdagen) volgend op het ongeval bezorgt aan de toezichthoudende ambtenaren die de arbeidsveiligheid in hun bevoegdheid hebben [In de praktijk zijn dit de ambtenaren van de directie van de Afdeling van het basistoezicht van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk welke bevoegd is voor de plaats van het ongeval en, in het geval van een ernstig arbeidsongeval in een zogenaamd "Seveso"-bedrijf, van de Afdeling van het toezicht op de chemische risico's].
    Dergelijke handelswijze laat de inspectie toe om zonder zich te "verplaatsen", van op de zetel van haar regionale directiekantoren, vast te stellen of de preventiestructuren van de werkgever al dan niet behoorlijk functioneren. Hierdoor kan zij zich beter concentreren op de ernstiger toestanden die haar tussenkomst ter plaatse vereisen. De gedetailleerde criteria waaraan het verslag moet voldoen om als omstandig te worden beschouwd alsook de wijze waarop de werkgever het omstandig verslag aan de bevoegde ambtenaren moet bezorgen, worden door de Koning vastgesteld [Wet, artikel 94octies, 6°; Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, artikel 26, gewijzigd bij koninklijk besluit van 24 februari 2005].

Artikel 94ter, §3, bepaalt:

"§3.- De in vorig artikel bedoelde ambtenaren kunnen ook een voorlopig verslag binnen dezelfde termijn aanvaarden."

Niet alle onderzoeken die in het kader van het opsporen van de oorzaken van ernstige arbeidsongevallen moeten gebeuren, kunnen binnen de termijn van tien kalenderdagen uitgevoerd worden. Dit is bijvoorbeeld het geval van sommige laboratoriumonderzoeken.
Om de werkgever niet strafbaar te stellen om redenen buiten zijn wil, is de mogelijkheid voorzien dat de bevoegde ambtenaren ook voorlopige verslagen kunnen aanvaarden in de gevallen waar het omstandig verslag om reden van materiële feiten niet kan geleverd worden [Parl. Doc., Kamer doc. 51 1437/001 en 1438/001, bladzijden 97, eerste lid en 101, betreffende de §3].
De Koning bepaalt de voorwaarden om een verslag als voorlopig te kunnen beschouwen [Wet, artikel 94octies, 7°; KB van 27 maart 1998 betreffende de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, artikel 26, gewijzigd bij koninklijk besluit van 24 februari 2005].

Artikel 94ter, §4 van de wet stelt dat de bevoegde ambtenaren, in geval van afwezigheid van een omstandig of voorlopig verslag binnen de tien dagen, een deskundige kunnen aanstellen om de oorzaken van het ongeval op te sporen en aanbevelingen te formuleren om de herhalingvan het ongeval te voorkomen (artikel 94quater, 1°).

Hieruit vloeit voort dat de betrokken ambtenaren vanaf de elfde kalenderdag na de dag waarop het ernstig arbeidsongeval gebeurde, een deskundige kunnen aanstellen in elk van de volgende gevallen:

  • er werd hen geen verslag bezorgd binnen de tien dagen;
  • er werd hen een verslag bezorgd binnen de tien dagen, maar het voldoet niet aan de criteria om als omstandig te worden beschouwd;
    er werd hen een verslag bezorgd binnen de tien dagen, maar het voldoet niet aan de criteria die door de Koning worden bepaald om als voorlopig te kunnen worden aanvaard;
  • er werd hen een verslag bezorgd binnen de tien dagen, maar het wordt door hen niet als voorlopig aanvaard, omdat de redenen die ter verantwoording van het uitblijven van het omstandig verslag worden opgegeven, geen aanvaardbare materiële feiten zijn.

De term "verslag" moet hierbij in zijn woordelijke betekenis begrepen worden: een mededeling omtrent de toedracht van een gebeurtenis of een toestand van iets. Een document dat onvolledige of niet correct elementen bevat of dat getuigt van een niet degelijk uitgevoerd onderzoek, is dus geen verslag.

Anderzijds verleent artikel 94ter, §4, tweede lid van de wet aan de Koning de bevoegdheid om ook andere gevallen vast te stellen, waarin deze ambtenaren een deskundige kunnen aanstellen.
Deze bepaling voorziet geen termijn. Dit betekent dat in de door de Koning vastgestelde gevallen de toezichthoudende ambtenaren onmiddellijk een deskundige kunnen aanstellen, zonder de afloop van de termijn van tien dagen af te wachten.

Vier gevallen zijn reeds in de parlementaire documenten opgesomd [Parl. Doc., Kamer, doc. 51 1437/001 en 1438/001, bladzijden 101 en 102; zie ook KB van 28 mei 2003 tot uitvoering van hoofdstuk XIbis van de wet, gewijzigd door artikel 14 van het KB van 24 februari 2004 houdende diverse bepalingen ter bestrijding van de ernstige arbeidsongevallen en vereenvoudiging van de arbeidsongevallenaangiften]:

  • indien de inspectie beschikt over aanwijzingen op een gebrekkige samenwerking tussen de verschillende personen die bij het ernstig arbeidsongeval betrokken zijn (zie infra onder 3.2);
  • in complexe omstandigheden: bijvoorbeeld, ongevallen waar een aantal partijen, zonder onderlinge contractuele banden, in betrokken geraken. Dit kan het geval zijn wanneer één of meer oorzaken van een ernstig arbeidsongeval met een werknemer van één partij, toe te schrijven zijn aan de activiteiten van een andere partij. Dit kan gebeuren in twee situaties:
    • de betrokken partijen bevinden zich op een arbeidsplaats waarop de bepalingen van hoofdstuk III van de wet, artikel 7, van toepassing zijn;
    • de partijen bevinden zich op gescheiden arbeidsplaatsen, bijvoorbeeld, wegvliegende brokstukken ten gevolge van een ontploffing in één onderneming kwetsen werknemers in een naburige onderneming.
  • in geval van bijzonder ernstige arbeidsongevallen; dit zijn, bijvoorbeeld ongevallen waarbij meerdere dodelijke slachtoffers of ernstig gekwetsten tegelijk te betreuren vallen. Zulke ongevallen worden meestal veroorzaakt door een afwijkende gebeurtenis met een belangrijke impact, bijvoorbeeld een stofexplosie, een instorting;
  • bij onwettige toestanden waarin een preventiedienst ontbreekt.

Niet onbelangrijk is ook de formulering van artikel 94ter, §4. De met het toezicht belaste ambtenaren kunnen een deskundige aanstellen "onverminderd de bepalingen van artikel 80".

Dit leidt tot de volgende aandachtspunten:

  • De met het toezicht belaste ambtenaren zijn niet verplicht om een deskundige aan te stellen. Zij kunnen zelf onmiddellijk ter plaatse te gaan en een onderzoek starten. De wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie verleent hen daartoe de bevoegdheden.
    Het feit dat de ambtenaar een ernstig arbeidsongeval onderzoekt, ontslaat de betrokken werkgever niet van de verplichting om zijn bevoegde preventiedienst met een onderzoek te belasten en om binnen de tien dagen na het ernstig arbeidsongeval een omstandig verslag aan de ambtenaar te bezorgen. De ratio legis van de beide opdrachten is immers verschillend.
    Het onderzoek door de preventiedienst van de werkgever heeft tot doel om de oorzaken van het ernstig arbeidsongeval te achterhalen met het oog op het uitwerken van preventiemaatregelen die de herhaling van een gelijkaardig ongeval moeten voorkomen. De door de werkgever aan te leveren inlichtingen, via het omstandig verslag beogen zijn verbintenis om daadwerkelijk geschikte preventieve maatregelen te nemen. Het onderzoek van de toezichthoudende ambtenaar heeft daarentegen tot doel om de oorzaken van het ernstig arbeidsongeval op te sporen met het oog op het vaststellen van de verantwoordelijkheden voor het gebrek aan preventie dat tot het ongeval geleid heeft.
  • Het feit dat een deskundige is aangesteld doet geen afbreuk aan de plicht van de werkgever om ervoor te zorgen dat zijn bevoegde preventiedienst het ongeval onderzoekt. In het kader van de samenwerkingsplicht met de deskundige, wordt immers van de werkgever verwacht dat hij zijn bevoegde preventiedienst een belangrijke rol in die samenwerking toevertrouwt.
  • Ook al stelt de met het toezicht belaste ambtenaar een deskundige aan, kan hij ook zelf nog steeds een eigen onderzoek voeren en, zo er aanleiding toe bestaat, proces-verbaal van overtreding ten laste van de werkgever opstellen. Diverse motieven kunnen daartoe leiden, onder meer:
  • de werkgever heeft er niet voor gezorgd dat zijn bevoegde preventiedienst het ernstig arbeidsongeval heeft onderzocht;
  • de werkgever heeft hem geen omstandig verslag binnen de tien dagen bezorgd;
  • niet treffen van materiële preventiemaatregelen;
  • niet treffen van de nodige organisatorische maatregelen;
  • de werkgever gaf tijdens zijn contacten met de inspectie in het verleden blijk van een negatieve ingesteldheid ten opzichte van het welzijn van zijn personeel.
  • De met het toezicht belaste ambtenaar stelt geen proces-verbaal van overtreding op, zich uitsluitend baserend op het verslag van de deskundige. De taak van deze laatste bestaat er immers in een ernstig arbeidsongeval te onderzoeken om de oorzaken ervan op te sporen en preventiemaatregelen voor te stellen, maar niet in het vaststellen van verantwoordelijkheden.
    Vooraleer een proces-verbaal van overtreding op te stellen begeeft de betrokken ambtenaar zich zelf ter plaatse, doet hij zelf een aantal vaststellingen, neemt hij één of meer processen-verbaal van verhoor af en duidt hij zelf verantwoordelijkheden.

Benevens de opdracht aan zijn bevoegde preventiedienst om een ernstig arbeidsongeval onmiddellijk te onderzoeken, onderneemt de werkgever nog twee andere acties:

  • indien het een zeer ernstig arbeidsongeval betreft, geeft hij het onmiddellijk aan bij de met het toezicht belaste ambtenaren. De uitdrukking "zeer ernstig" komt in de wet niet voor, maar zij draagt de Koning op om de criteria vast te stellen die ertoe leiden dat ongevallen van een bepaalde aard onmiddellijk aan de inspectie moeten worden aangegeven alsook om de wijze vast te stellen waarop de aangifte moet gebeuren (artikel 94nonies). De parlementaire documenten geven aan dat het gaat om de dodelijke arbeidsongevallen en de arbeidsongevallen die een blijvende arbeidsongeschiktheid veroorzaken, wat de gangbare omschrijving als "zeer ernstig" verklaart (zie supra).
  • om de onmiddellijke herhaling van eenzelfde of gelijkaardig ernstig arbeidsongeval te voorkomen neemt hij bewarende maatregelen (artikel 94septies, §2). Dit betekent dat hij deze maatregelen onmiddellijk moet nemen, in de zin zoals eerder toegelicht betreffende de term "onmiddellijk" en dit zonder de voorstellen af te wachten die resulteren uit het grondig onderzoek door zijn bevoegde preventiedienst. Zouden de resultaten reeds beschikbaar zijn, dan wordt er uiteraard gebruik van gemaakt, bijvoorbeeld bij weinig complexe ongevallen of ongevallen ten gevolge van het niet naleven van één element uit een vooraf goed uitgewerkte procedure. De bewarende maatregelen zijn gebaseerd op het gezond verstand en nemen één of meer van de voor de hand liggende factoren weg die een rechtstreekse oorzaak tot het ernstig arbeidsongeval hebben gevormd. Bijna steeds gaat het om primaire oorzaken, bijvoorbeeld een ontbrekende afscherming van een opening, bij een val van op een hoogte. Vanzelfsprekend laat de werkgever zich ook voor de bewarende maatregelen adviseren door zijn preventiedienst.

3.2. De hoofdstukken IV of V van de wet zijn van toepassing

Een arbeidsongeval dat gebeurt:

  • in een onderneming of instelling, op een plaats waar werknemers van ondernemingen van buitenaf of zelfstandigen werkzaamheden uitvoeren,
  • op een tijdelijke of mobiele bouwplaats waar meer dan één onderneming bij betrokken is,
  • bij een gebruiker van één of meer uitzendkrachten.

kan het gevolg zijn van de onderlinge invloeden tussen de activiteiten van het slachtoffer en deze van de hem omringende personen. Het onderzoek van het ernstig arbeidsongeval en het uitwerken van preventiemaatregelen om herhaling ervan te voorkomen, kan daardoor complex worden en vereist op zijn minst een samenwerking tussen de bij het ongeval betrokken werkgevers of zelfstandigen.

De procedure is volledig analoog aan deze behandeld in punt 3.1., maar is aangepast aan de bijzondere toestand van een ongeval waarin meerdere partijen betrokken zijn.

Artikel 94, §2 van de wet bepaalt:

"§2.- Na elk ernstig arbeidsongeval met een werknemer op een arbeidsplaats waar de bepalingen van de hoofdstukken IV en V van toepassing zijn, werken, naargelang het geval, de bij het ongeval betrokken werkgevers, gebruikers, uitzendbureau's, bouwdirecties belast met de uitvoering, aannemers, onderaannemers en zelfstandigen samen, om er voor te zorgen dat het ongeval onmiddellijk door één of meer bevoegde preventiediensten onderzocht wordt en dat, binnen de tien dagen volgend op het ongeval, een omstandig verslag aan alle hierboven bedoelde betrokken personen en aan de in vorig artikel bedoelde ambtenaren bezorgd wordt.

De praktische afspraken betreffende deze samenwerking, de bevoegde preventiediensten die de mogelijke ernstige ongevallen zullen onderzoeken en de regeling van de eventuele kosten die uit deze onderzoeken kunnen voortvloeien, worden daartoe in specifieke bedingen opgenomen in:

  1. de overeenkomst bedoeld in de artikelen 9, 2°, of 10, 3°, op initiatief van de werkgever in wiens inrichting werknemers van ondernemingen van buitenaf of zelfstandigen werkzaamheden komen uitvoeren;
  2. onverminderd artikel 19 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, de overeenkomst gesloten tussen gebruiker en uitzendbureau, op initiatief van dit laatste, overeenkomstig de nadere regels te bepalen door de Koning;
  3. de overeenkomst bedoeld in artikel 29, 2°, op initiatief van, naargelang het geval, de bouwdirectie belast met de uitvoering, de aannemer of de onderaannemer."

Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op de specifieke toestanden die in de hoofdstukken IV en V van de wet worden geregeld.

Alleen de werkgevers, gebruikers, uitzendbureaus, bouwdirecties belast met de uitvoering, aannemers, onderaannemers en zelfstandigen die bij het ernstig arbeidsongeval betrokken zijn, werken samen om te bereiken dat het ongeval onderzocht wordt en dat een omstandig verslag aan de bevoegde toezichtambtenaren bezorgd wordt. Van de opgesomde personen die niet bij het ongeval betrokken zijn, bijvoorbeeld omdat zij, weliswaar in dezelfde onderneming of op dezelfde bouwplaats, op een totaal andere plaats activiteiten uitoefenen die niet interfereren met de activiteiten die tot het ongeval leidden, wordt geen samenwerking in het kader van het onderzoek verwacht. Partijen die in aanvang niet betrokken lijken te zijn, maar waarvan tijdens het onderzoek het vermoeden rijst, dat hun activiteit een invloed op het ongevalgebeuren kan gehad hebben, zijn vanaf het ogenblik dat het vermoeden ontstaat eveneens tot de samenwerking verplicht.

Omdat geïmproviseerde samenwerkingen meestal niet of moeilijk van start gaan of chaotisch verlopen, wordt aan de partijen gevraagd dat zij over de praktische afspraken nadenken en de akkoorden dienaangaande schriftelijk vastleggen vooraleer hun activiteiten aan te vangen.
Uiteraard kan van tevoren niet geweten zijn wie van de partijen bij een ongeval betrokken zal zijn. De vraag richt zich dan ook tot alle partijen op wie de hoofdstukken IV en V van de wet van toepassing zijn. Voor het schriftelijk vastleggen van de afspraken wordt geen afzonderlijk document vereist, maar wordt gebruik gemaakt van de overeenkomst, die reeds in de wet voorzien is of in de praktijk toegepast wordt, en die met één of meer specifieke bedingen aangevuld wordt:

  • in het geval van een werkgever die met ondernemingen van buitenaf werkt of met zelfstandigen, is dit de overeenkomst die deze werkgever met elk van deze ondernemingen of zelfstandigen sluit in toepassing van de artikelen 9, 2° of 10, 3° van de wet;
  • in het geval van een tijdelijke of mobiele bouwplaats is dit de overeenkomst bedoeld in artikel 29, 2° van de wet, die de bouwdirectie belast met de uitvoering sluit met elk van haar aannemers, hun onderaannemers of zelfstandigen en de overeenkomst die elke aannemer of onderaannemer sluit met zijn rechtstreekse onderaannemers;
  • in het geval van uitzendarbeid is dit de overeenkomst gesloten tussen de gebruiker en het uitzendbureau.

In de eerste twee gevallen gaat het initiatief tot het inschrijven van de afspraken in de overeenkomst uit van:

  • de werkgever-opdrachtgever die werkgevers van buitenaf of zelfstandigen met het uitvoeren van bepaalde opdrachten of taken gelast;
  • de bouwdirectie belast met de uitvoering, de aannemers of de onderaannemers die aannemers, onderaannemers of zelfstandigen met het uitvoeren van bepaalde opdrachten of taken gelast.

Op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen is de opdrachtgever geen betrokken partij. Dit vloeit voort uit het feit dat de afspraken die bouwdirecties, aannemers en onderaannemers maken, vastgelegd worden in de overeenkomst bedoeld in artikel 29, 2° van de wet. De opdrachtgever is in die overeenkomst geen contracterende partij. Uitzondering hierop is het geval waarin de opdrachtgever zelf activiteiten op de bouwplaats verricht, waardoor hij eveneens bouwdirectie belast met de uitvoering, aannemer of onderaannemer wordt.

In het geval van uitzendarbeid, neemt het uitzendbureau het initiatief tot het inschrijven van de afspraken in de overeenkomst. De Koning bepaalt de nadere regels waaraan de bedingen moeten voldoen die betrekking hebben op de afspraken tussen het uitzendbureau en de gebruiker.
Nadere regels zijn preciseringen die zowel de inhoud als de vorm van de bedingen kunnen betreffen [Op het ogenblik van de redactie van de onderhavige tekst waren de nadere regels nog niet gepubliceerd. Tot aan de datum van inwerkingtreding van de nadere regels zijn het uitzendbureau en de gebruiker verplicht om de algemene principes van artikel 94ter, §2, tweede lid, 2° van de wet toe te passen – zijnde het opnemen in de overeenkomst van specifieke bedingen inzake de samenwerking tussen beiden bij een ernstig arbeidsongeval – maar zijn zij vrij in de keuze van de vorm en de inhoud van de bedingen].

De praktische afspraken tussen de betrokken partijen, in het algemeen, kunnen betrekking hebben op de volgende aspecten:

  • betreffende de samenwerking:
  • wie de acties coördineert die ondernomen moeten worden in het kader van het onderzoek, de verslaggeving, enz. Men mag er van uitgaan dat dit de werkgever-opdrachtgever, de bouwdirectie belast met de uitvoering of een door hen aangestelde persoon is, om reden van de coördinerende rol die zij reeds hebben in het kader van de algemene samenwerking en coördinatie inzake het welzijn op het werk. Niets belet evenwel om afwijkende afspraken te maken, bijvoorbeeld wanneer blijkt dat een andere werkgever op dit vlak een grondiger kennis of uitgebreidere infrastructuur zou bezitten;
  • wie het gezamenlijk verslag opstelt en wie zal instaan voor het versturen ervan;
  • welke personen van de respectievelijke partijen geïnformeerd worden in geval van een ernstig ongeval met één van hun werknemers en de wijze waarop de informatie meegedeeld wordt;
  • hoe de samenwerking met de preventiediensten en comités van de bij het ernstig arbeidsongeval betrokken werkgevers zal georganiseerd worden en wat zij concreet inhoudt. Artikel 94septies, §1, tweede lid, gebiedt zulke samenwerking. Uit het advies van de Nationale Arbeidsraad blijkt de wens van de sociale partners om de preventieadviseurs van andere ondernemingen toegang te verschaffen tot alle door hen nuttig geachte documenten. Dit is zeer verregaand. Om betwistingen op het ogenblik van de feiten te vermijden is het aangewezen om gedetailleerde afspraken in de overeenkomst op te nemen, bijvoorbeeld de procedure die de beperkte afvaardiging van een Comité van de werkgever van buitenaf moet volgen om de plaats van het ernstig ongeval te bezoeken.
    Redelijkheid en wederzijds respect zijn bij het maken van de afspraken geboden.
    De wet geeft aan de Koning de mogelijkheid om nadere regelen dienaangaande vast te stellen, maar naar traditie wordt deze mogelijkheid niet ingevuld zolang blijkt dat de werkgevers zelf voldoende initiatieven terzake nemen;
  • betreffende de bevoegde preventiediensten die de mogelijke ernstige arbeidsongevallen zullen onderzoeken:
  • de preventiedienst van de werkgever-opdrachtgever of de bouwdirectie belast met de uitvoering kan een preliminair onderzoek doen om vast te stellen welke de bij het ongeval betrokken partijen zijn, zodat hun respectievelijke preventiediensten ingeschakeld kunnen worden. Tal van samenwerkingsverbanden zijn mogelijk.
  • opmerking: het toevertrouwen van de opdracht aan één enkele externe preventiedienst is slechts mogelijk indien alle bij het ernstig arbeidsongeval betrokken werkgevers reeds bij deze dienst aangesloten zijn voor de behandeling van hun arbeidsongevallen.
  • betreffende de regeling van de eventuele kosten die uit het onderzoek door de preventiediensten voortvloeien:
  • verdeelsleutels kunnen overwogen worden die rekening houden met een of meer aspecten zoals:
  • het aantal werknemers die elke partij bij de zijn activiteiten in de onderneming van de werkgever-opdrachtgever of op de bouwplaats inzet;
  • het inherente risico dat de activiteit van elke partij met zich meebrengt;
  • de partij die het ongeval veroorzaakt.

Het aantal arbeidsplaatsen waar de bepalingen van de hoofdstukken IV en V van de wet van toepassing zijn is enorm. Om te vermijden dat een even groot aantal afspraken telkens opnieuw ontwikkeld moeten worden is het derhalve aangewezen dat de verschillende bedrijfssectoren standaard bedingen ontwikkelen.

Andere aandachtspunten in verband met de toe te passen procedure bij ernstige arbeidsongevallen op arbeidsplaatsen onderworpen aan de bepalingen van de hoofdstukken IV of V van de wet zijn:

  • Artikel 94septies, §2, bepaalt dat de bewarende maatregelen om een onmiddellijke herhaling van een zelfde of een gelijkaardig ernstig arbeidsongeval te voorkomen genomen moeten worden door of onder het toezicht van ["onder het toezicht van" betekent dat betrokkene de maatregelen niet noodzakelijk zelf moet nemen, maar dat hij er ten minste voor zorgt dat iemand anders ze neemt en dat hij er zich nadien van vergewist dat de maatregel genomen is], al naar gelang het geval:
  • de werkgever die een beroep doet op ondernemingen van buitenaf, in het kader van werkzaamheden bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 1;
  • de gebruiker, in het kader van werkzaamheden bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 2;
  • de bouwdirectie belast met de uitvoering, in het kader van werkzaamheden op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen bedoeld in hoofdstuk V.
  • De werkgever van het slachtoffer van een "zeer" ernstig arbeidsongeval, geeft dit ongeval aan bij de met het toezicht belaste ambtenaren.

De deskundige

De gevallen waarin de met het toezicht belaste ambtenaren deskundigen kunnen aanstellen, herleiden zich in de praktijk tot twee omstandigheden:

  • de preventiecultuur loopt mank of ontbreekt bij de betrokken werkgever;
  • het onafhankelijk onderzoek van het ernstig arbeidsongeval vereist een doorgedreven deskundigheid in een beperkt domein.

De Koning stelt de voorwaarden vast waaraan de deskundigen moeten voldoen om aangesteld te kunnen worden [KB van 28 mei 2003 tot uitvoering van hoofdstuk XIbis van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, wat de deskundigen betreft].

Om over deskundigen met de gepaste specifieke bekwaamheid te kunnen beschikken op het ogenblik dat de noodzaak van een aanstelling zich voordoet, stelt de administratie een lijst samen (artikel 94bis, 2°). [Parl. doc, Kamer, Doc.50 2167/001, bladzijden 6 en 7]
De deskundigen onderzoeken het ernstig arbeidsongeval en formuleren de gepaste aanbevelingen om de herhaling van het ongeval te voorkomen, overeenkomstig een vooraf vastgesteld lastenboek. [Parl. doc, Kamer, Doc.50 2167/001, bladzijden 6 en 7]

Zij tekenen hun vaststellingen en aanbevelingen op in een verslag dat zij bezorgen aan:

  • de met het toezicht belaste ambtenaren;
  • de bij het ernstig arbeidsongeval betrokken werkgevers of zelfstandigen;
  • de verzekeringsonderneming bij wie de bij het ernstig arbeidsongeval betrokken werkgevers aangesloten zijn voor de verzekering van hun werknemers tegen arbeidsongevallen of de instellingen [Zulke instellingen zijn bijvoorbeeld het Fonds voor Arbeidsongevallen of een Federale Overheidsdienst (die zichzelf verzekert)] die in de plaats treden van deze verzekeringsondernemingen, bij ontstentenis hiervan.

Voor die prestaties wordt aan de deskundigen, op voorlegging van een schuldvordering, een honorarium uitbetaald door laatstgenoemde verzekeringsondernemingen of instellingen.
De Koning stelt het bedrag van het honorarium vast (artikel 94octies, 4°).

Is er slechts één werkgever betrokken, dan betaalt zijn verzekeringsonderneming inzake arbeidsongevallen of instelling die in de plaats treedt, het volledige bedrag van het honorarium.
Zijn er meerdere ondernemingen bij het ongeval betrokken, dan betaalt de verzekeraar van elke onderneming het deel van het honorarium dat hij zou moeten betalen, overeenkomstig de kostenregeling opgenomen in de overeenkomsten tussen de ondernemingen, bedoeld in artikel 94ter, §2. Bij ontstentenis van zulke regeling betaalt de verzekeraar van de onderneming die de verplichting had, de regeling in de overeenkomst in te schrijven, het volledige bedrag van het honorarium.

De verzekeringsondernemingen of de instelling die het honorarium of een deel ervan aan de deskundigen hebben uitbetaald, kunnen het uitbetaalde bedrag volledig van hun verzekerde terugvorderen.

Adviezen van de Hoge Raad voor preventie en bescherming op het werk

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites