NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Alternerend leren

   

/uploadedImages/A-Z/picto_6.jpgOpgelet!  De informatie op deze pagina gaat over bevoegdheden die, geheel of gedeeltelijk, overgedragen werden naar de gemeenschappen en gewesten.  

De bestaande regelgeving blijft gelden tot een gemeenschap of gewest ze wijzigt. 

Sinds 1 april 2015 kan u voor meer informatie terecht bij de bevoegde dienst:  

 

 

Wat is “alternerend leren” ?

In de oorspronkelijke betekenis van het begrip

Met de term “alternerend leren” worden opleidingssystemen aangeduid waarin de betrokken cursisten afwisselend op school (of in een schools milieu) en op de werkvloer professionele vaardigheden aanleren.

Omdat het merendeels om basisberoepsopleidingen gaat, zijn het voornamelijk jongeren die in de diverse formules van alternerend leren opgeleid worden.

Als men het over “alternerend leren” heeft, dan wil dit meestal zeggen dat de betrokken cursist een (bilateraal) contract heeft met de verantwoordelijke van de betrokken onderneming, instelling of overheidsdienst waar het stuk “opleiding op de werkvloer” plaatsvindt.

Dit kan een leerovereenkomst zijn, een stageovereenkomst, een (deeltijdse) arbeidsovereenkomst of nog een ander type van opleidings- of inschakelingsovereenkomst.

Doordat hij contractueel “in dienst” is, heeft de cursist een werknemersstatuut, zowel op het vlak van arbeids- als van socialezekerheidsrecht.
Naargelang het type contract is dat statuut identiek aan dat van een gewone werknemer (deeltijdse arbeidsovereenkomst) of zijn er toch in meerdere of mindere mate verschillen (leerovereenkomst, andere types van opleidingsovereenkomsten).

Tot hier een korte omschrijving van “alternerend leren” in de oorspronkelijke en enge zin van het woord.

Bij uitbreiding

Bij een aantal opleidingen worden de praktijkgebonden vaardigheden op de werkvloer aange-leerd via gratis stages, waarbij de jongere al dan niet een contract heeft met de betrokken “werkgever”.  Daarnaast bestaan in de Franse Gemeenschap vergevorderde plannen om de 3de graad van het (voltijds) technisch en beroepssecundair onderwijs in een zo goed als alternerende vorm te organiseren, door het bestaand stagepakket gevoelig te gaan uitbreiden (met stageperiodes tot 4 maanden per schooljaar).

Jongeren in deze systemen behouden ook tijdens hun aanwezigheid in de onthaalonderneming of –instelling, hun statuut van leerling/scholier/student.

Vanuit het arbeidsrecht zijn enkel de minimale beschermingsmaatregelen van toepassing (kinderarbeid, arbeidsduur, nachtarbeid, zondagarbeid, welzijn).

Voor wat de sociale zekerheid betreft hebben de betrokken jongeren, naargelang de socialezekerheidstak, ofwel geen rechten, ofwel blijven ze “persoon ten laste”; enige uitzondering is de tak “beroepsziekten”, waar zij wél volwaardige rechten genieten.  Vanaf 1 januari 2008 genieten ze ook gedeeltelijk bescherming inzake arbeidsongevallen (KB van 13-6-2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot uitbreiding van het toepassingsgebied van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971).

Ook voor deze stagesystemen gebruiken sommigen de term “alternerend leren”.

Om de (kans op) verwarring nog wat te vergroten, wordt voor jongeren in een systeem van alternerend leren soms ook de term “stagiairs” gebruikt…

Overzicht van de bestaande formules

Hieronder vindt u een lijst met koppelingen naar pagina’s met informatie over de diverse types overeenkomsten die gebruikt worden bij alternerende opleidingen in België.

Op elke pagina vindt u telkens de volgende informatie:

  • de aard en het voorwerp van de overeenkomst in kwestie;
  • de basiswetgeving die de overeenkomst ingesteld heeft en regelt;
  • de administratie die verantwoordelijk is voor deze wetgeving en eventueel ook voor de toepassing van de opleidings- of inschakelingsformule waarbij de overeenkomst gebruikt wordt;
  • de doelgroep waartoe de formule zich richt;
  • de opleidingsoperator(en) die met de formule/het type overeenkomst werken;
  • het financieel plaatje voor de jongere;
  • het financieel plaatje voor de werkgever;
  • het socialezekerheidsstatuut van de jongere;
  • de aanduiding (onder “Andere bescherming”) of er een loonwaarborg voorzien is en of de burgerlijke aansprakelijkheid van de jongere tijdens de uitvoering van de overeenkomst geregeld wordt;
  • een verwijzing naar een of meer websites die informatie over de formule/het type overeenkomst bevatten.

Onderstaande lijst is ingedeeld volgens het overheidsniveau (federaal, Gemeenschappen, Gewesten) dat verantwoordelijk is voor de regelgeving in verband met de gebruikte overeenkomst en, naargelang het geval, voor de toepassingsmodaliteiten van de opleidings- of inschakelingsformule.
Logischerwijs kunnen de federale statuten, bovenaan in de lijst, over het ganse land toegepast worden.

Het aspect “socialezekerheidsstatuut” is voor alle formules een federale aangelegenheid (d.w.z. gelijk over het ganse land).  De bevoegde administratie is de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, samen met de parastatales van de diverse takken van de sociale zekerheid en de inningsdiensten (vnl. RSZ en RSZPPO).

Federale Overheid

Vlaamse Gemeenschap

Franse Gemeenschap in het Brussels Gewest (FGC/COCOF)

Franse Gemeenschap in het Waals Gewest

Franse Gemeenschap (Brussel en Frans taalgebied in Wallonië)

Duitstalige Gemeenschap


 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites