NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Deeltijdse arbeidsovereenkomst (in een alternerende opleiding)

Aard en voorwerp

Op zich heeft de arbeidsovereenkomst natuurlijk weinig te maken met opleiding, maar als statuut wordt ze heel vaak gebruikt binnen het alternerend leren (in het Vlaams deeltijds onderwijs zelfs méér dan de werknemersleerovereenkomst).
Een arbeidsovereenkomst is geen opleidingsovereenkomst, dus heeft de werkgever in principe niet de verplichting om de betrokken jongere een opleiding te verstrekken (in tegenstelling tot leerovereenkomsten).  Anders gezegd: het voorwerp van een arbeidsovereenkomst bestaat uit het leveren van arbeidsprestaties tegen loon.
Vanuit het deeltijds onderwijs probeert men in zekere mate het luik “onderneming” af te stemmen op de lessen die de jongere op school krijgt, maar waterdichte garanties kunnen niet geboden worden.
In de Vlaamse Gemeenschap (incl. Nederlandstalig Onderwijs in Brussel) worden werkgevers en scholen ertoe aangezet extra aandacht te besteden aan de overeenstemming tussen werk en opleiding door dit als voorwaarde te stellen voor de voorziene financiële incentives (zie verder).

Al wat op deze pagina beschreven wordt geldt ook voor twee “varianten” van de arbeidsovereenkomst die eveneens binnen het alternerend leren gebruikt worden, namelijk de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid (“interimcontract”) en de arbeidsovereenkomst die gesloten wordt in toepassing van artikel 60, §7, van de organieke OCMW-wet van 8-7-1976.

Vanuit de aard van de zaak gaat het binnen het alternerend leren steeds om deeltijdse arbeidsovereenkomsten.  Er wordt gebruik gemaakt zowel van contracten van bepaalde, als van onbepaalde duur.

Alternerende opleidingen waarbij een deeltijdse arbeidsovereenkomst gebruikt wordt, worden ook aangeduid met de termen “deeltijds leren – deeltijds werken”, “alternerend leren en werken” en “startbaanovereenkomst (SBO) type 2”.  Voor de jongeren tussen 18 en 25 jaar bestond tot eind 2003 de specifieke benaming “overeenkomst werk - opleiding” (KB nr. 495) die vanaf 1-1-2004 opgegaan is in de SBO type 2.

Basiswetgeving voor dit type overeenkomst

Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (behalve voor de scheepvaart, waarvoor een aparte wetgeving geldt, met daarnaast nog eens specifieke wetgeving met betrekking tot de arbeidsovereenkomsten in de zeevisserij en de binnenscheepvaart).

Bevoegde administratie

De arbeidsovereenkomstenwetgeving wordt beheerd door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, meer in het bijzonder de Algemene Directie Individuele Arbeidsbetrekkingen.

Doelgroep (binnen het domein “alternerend leren”)

Jongeren tussen 15/16 jaar en 26 jaar, d.w.z. van het einde van de voltijdse leerplicht tot de maximumleeftijd waarop je deeltijds beroepssecundair onderwijs kan volgen.

Betrokken opleidingsoperator(en)

De centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs (CDBSO) in de Vlaamse Gemeenschap, de centres d’éducation et de formation en alternance (CEFA) in de Franse Gemeenschap en de Teilzeitunterrichtszentren (TZU) in de Duitstalige Gemeenschap.

Financieel plaatje voor de jongere

De jongere ontvangt een normaal loon, volgens de geldende barema’s.
Gaat het om een brutoloon dat lager is dan 2.203 euro per maand, dan heeft de jongere vanaf 1 januari van het jaar waarin hij 19 jaar wordt (volledige SZ-onderwerping), recht op de werkbonus (vermindering van de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen; op de portaalsite van de Sociale Zekerheid: www.socialezekerheid.be   taalkeuze > klikken op WERKGEVERS & MANDATARISSEN > klikken op het vak “Werkgevers RSZ” > onder “Administratieve instructies RSZ”, klikken op “algemene Administratieve instructies RSZ” > onder “De bijdrageverminderingen” klikken op “Verminderingen van de werknemersbijdragen” > Werkbonus).

Voor elk jaar van zijn alternerende opleiding dat de jongere met succes beëindigt (max. 3), heeft hij recht op een forfaitaire premie, de “startbonus”; de opleiding en de arbeidsovereenkomst moeten starten tijdens de leerplicht.

Financieel plaatje voor de werkgever

Vermits hij een normaal werknemersloon moet betalen, is de deeltijdse arbeidsovereenkomst binnen het landschap van het alternerend leren de duurste formule voor de werkgever.

Vanuit de verschillende overheden worden wel incentives voorzien:

federaal (= gelijk voor het ganse land)

verminderingen van de patronale socialezekerheidsbijdragen:

  • voor jongeren die nog niet volledig onderworpen zijn aan de sociale zekerheid:
    de bijdragevermindering voor “zeer jonge werknemers”;
  • voor volledig onderworpen jongeren (vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden):
    de structurele vermindering van de werkgeversbijdragen, behalve indien de werkgever tot de overheid behoort; werkgevers uit de non-profitsector hebben enkel recht op de “lagelonencomponent” van deze vermindering; naargelang het paritair comité is een tussenkomst in het kader van de “sociale maribel” mogelijk;
    de bijdragevermindering voor erg laag geschoolde, laaggescjoolde of middengeschoolde startbaners, als de arbeidsovereenkomst de hoedanigheid van startbaanovereenkomst heeft en de jongere in het bezit is van een werkkaart die het recht op deze bijdragevermindering attesteert;
  • volledigheidshalve: bij tewerkstelling op basis van artikel 60 van de OCMW-wet geldt een volledige vrijstelling van werkgeversbijdragen.

stagebonus:
voor contracten met een voorziene duur van minstens 4 maanden, die tijdens het lopend opleidingsjaar gedurende minstens 3 maanden effectief uitgevoerd worden, kunnen de betrokken werkgevers een forfaitaire premie krijgen vanwege de RVA.  Wordt deze premie toegekend, dan hebben de betrokken werkgevers recht op een fiscale vrijstelling a rato van 20% van de loonkosten van de betrokken jongere(n) die ze als beroepskosten inbrengen.  Alle nuttige informatie over de stagebonus vindt u hier.

Vlaamse Gemeenschap (incl. het Nederlandstalig onderwijs in Brussel) 

De Dienst Beroepsopleiding (DBO) van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming verleent met middelen uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) subsidies aan werkgevers die leerplichtige jongeren uit het Vlaams deeltijds onderwijs tewerkstellen met een deeltijdse arbeidsovereenkomst in het kader van een alternerende opleiding.
Alle nuttige informatie vindt u op de website van de DBO (www.ond.vlaanderen.be/dbo > klikken op NL of op de Vlaamse vlag daarboven > klikken op Projecten in het frame links op het scherm > klikken op Alternerend leren in de horizontale grijze balk > klikken op Alternerend leren voor deeltijds leerplichtigen).

Gaat het om jongeren met een officieel erkende handicap, dan kan de werkgever bijkomende steun krijgen van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB).

Alle nuttige informatie vindt u via de website “Aan de slag” (www.aandeslag.be > onderaan rechts op het scherm, klikken op “Naar de maatregelen…” > rechts op het scherm, onder “Maatregelen voor:” klikken op “Arbeidsgehandicapten” > naar de laatste pagina gaan en klikken op “Vergoeding tewerkstelling – gehandicapten (Vlaanderen)” > rechts onderaan klikken op de tab “Verwijzingen” > klikken op de link “Meer informatie op de Website van de VDAB”).

Brussels Gewest (NL + FR) 

Bepaalde werkgevers (KMO’s of VZW’s) uit bepaalde sectoren die jongeren uit het Nederlands- of Franstalig deeltijds onderwijs met een deeltijdse arbeidsovereenkomst aanwer-ven in het kader van een alternerende opleiding kunnen van de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling (Actiris, vroeger BGDA) een “beroepsoverstappremie gekoppeld aan een Startbaanovereenkomst van type II” of een “beroepsoverstappremie gekoppeld aan een een opleidingstraject voor het alternerend leren en werken” krijgen.

De combinatie werk-opleiding moet neergeschreven worden in een startbaanovereenkomst type 2 (zie verder).

Alle nuttige informatie hieromtrent vindt u op de website www.aandeslag.be, zowel voor de beroepsoverstappremie gekoppeld aan een startbaanovereenkomst van type II als voor die gekoppeld aan een opleidingstraject voor het alternerend leren en werken.

Franse Gemeenschap in het Brussels Gewest (COCOF) 

Werkgevers die Brusselse Franstalige jongeren met een handicap tewerkstellen, komen in aanmerking voor steunmaatregelen vanwege de de dienst PHARE (Service bruxellois Personne Handicapée Autonomie Recherchée, officieel Service bruxellois francophone pour les personnes handicapées – SBFPH, de “Brusselse Franstalige dienst voor Personen met een Handicap”).

Waals Gewest (enkel het Frans taalgebied) 

Werkgevers die jongeren tewerkstellen in het kader van een alternerende opleiding hebben recht op een premie vanwege de Waalse Overheidsdienst (Service public de Wallonie).
Alle nuttige informatie hieromtrent vindt u op de website van de «Afdeling Werkgelegenheid en Beroepsopleiding» van de «Algemene Directie Economie en Werkgelegenheid» van deze overheidsdienst (Division de l'Emploi et de la Formation professionnelle - Direction générale de l'Economie et de l'Emploi) (links, onder “Pour vous”, de muisaanwijzer op “Entreprises” houden en in de keuzelijst die zo tevoorschijn komt, klikken op “La formation en alternance” > klikken op “le montant des primes accordées à l’employeur et à l’opérateur de formation agréé”).
Gaat het om jongeren met een officieel erkende handicap, dan kan de werkgever een bijkomende premie krijgen van het «Waals Agentschap voor de Integratie van Personen met een Handicap» (Agence wallonne pour l’Intégration des Personnes handicapées - AWIPH). Cumulatie met de premie van de Waalse Overheidsdienst is mogelijk voor zover de som van beide premies de werkelijke loonkost niet overschrijdt.
Alle nuttige informatie hieromtrent vindt u op de website van het AWIPH (L’intégration (menubalk bovenaan) > Se former et travailler > Information aux employeurs).

Duitstalige Gemeenschap 

Werkgevers die gehandicapte jongeren uit het Duits taalgebied tewerkstellen, komen in aanmerking voor steunmaatregelen vanwege de «Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor Personen met een Handicap» (Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung - DPB), meer bepaald de afdeling “START-service”, die alle verdere informatie kan verstrekken.

Naast bovengenoemde overheidstussenkomsten worden in sommige sectoren extra premies of tussenkomsten voorzien.  In bepaalde socioprofitsectoren wordt zelfs de integrale loonkost gesubsidieerd (sociale Maribel).  Betrokken werkgevers doen er dus goed aan contact te nemen met het opleidingsfonds van hun sector.

De combinatie van een deeltijdse, minstens halftijdse arbeidsovereenkomst met een opleidingscomponent van minstens 240 uren/jaar kan de hoedanigheid krijgen van startbaanovereenkomst type 2.
Hiertoe moeten de gegevens in verband met de opleiding in 1 document samengevoegd worden met de arbeidsovereenkomst.  Bovendien moet de betrokken onderwijs- of opleidingsinstelling aan diens werkgever een inschrijvingsbewijs bezorgen, en nadien, gedurende de ganse verdere opleiding, een attest van nauwgezetheid, na afloop van elk kalenderkwartaal.
Zo’n SBO type 2 biedt 2 voordelen:

  1. de tijd die de jongere aan zijn opleiding besteed wordt meegeteld voor het bereiken van het verplicht aantal jongeren dat een werkgever moet aanwerven indien hij op 30 juni van het voorgaand jaar 50 of meer werknemers in dienst had; technisch uitgedrukt: de basis-VTE-breuk van een jongere met een SBO type 2 is gelijk aan 1 bij volledige prestaties;
  2. bovendien wordt deze VTE-breuk dubbel meegeteld; anders gezegd: een jongere in “deeltijds leren – deeltijds werken” telt voor twee om het verplicht jongerenquotum te bereiken.

Voor het verkrijgen van de incentives van het Brussels Gewest is de hoedanigheid van SBO type 2 vereist.

Socialezekerheidsstatuut van de betrokken jongeren

Zie:

Vóór 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden (onvolledige SZ-onderwerping):
De betrokken jongeren zijn onderworpen aan alle takken van de sociale zekerheid, behalve “pensioenen”.
Voor de takken “ziekte- en invaliditeitsverzekering (beide sectoren)”, “vakantie”, “kinderbijslag”, “arbeidsongevallen” en “beroepsziekten” worden zij beschouwd als gewone, volwaardige werknemers, met alle rechten.
Voor wat de tak “werkloosheid” betreft: vóór het einde van de leerplicht hebben de betrokken jongeren geen recht op uitkeringen, behalve bij tijdelijke werkloosheid (schorsing van hun arbeidsovereenkomst wegens technische of economische redenen): in dit geval hebben ze recht op overbruggingsuitkeringen.  Na het einde van de leerplicht genieten ze alle normale rechten.

Vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden (volledige SZ-onderwerping):
De betrokken jongeren zijn onderworpen aan alle takken van de sociale zekerheid en genieten alle normale rechten.

Andere bescherming

Bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval hebben de betrokken jongeren, als ze aan een aantal voorwaarden voldoen, recht op gewaarborgd loon gedurende de eerste maand arbeidsongeschiktheid.  Alle informatie hierover vindt u hier.

Wanneer ze tijdens de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst schade berokkenen ten nadele van de werkgever, collega’s of derden, zijn ze enkel aansprakelijk in geval van bedrog, zware fout of lichte fout die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt.  Meer informatie hierover vindt u hier.

Voor meer informatie over dit type overeenkomst…

Raadpleeg de pagina’s rond het thema “Arbeidsovereenkomsten” op deze website voor technisch-juridische informatie over arbeidsovereenkomsten.

 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites