NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

Inleiding

Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (het vroegere voltijds brugpensioen) is een stelsel waarbij werknemers van een zekere leeftijd die worden ontslagen, recht hebben op een vaste werkloosheidsuitkering en op een aanvullende vergoeding (bedrijfstoeslag) verschuldigd door de vroegere werkgever.

Reglementering

Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag is gebaseerd op de volgende reglementaire teksten:

  • Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij ontslagen worden;
  • Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 105 van 28 maart 2013 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van een aanvullende vergoeding in het kader van de werkloosheid met bedrijfstoeslag voor sommige oudere mindervalide werknemers en werknemers met ernstige lichamelijke problemen, indien zij worden ontslagen;
  • Het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag zoals gewijzigd door de koninklijke besluiten van 28 december 2011, 20 september 2012 en 30 december 2014;
  • De wet van 12 april 2011 houdende aanpassing van de wet van 1 februari 2011 houdende verlenging van de crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel akkoord, en tot uitvoering van het compromis van de regering met betrekking tot het ontwerp van interprofessioneel akkoord, gewijzigd door de wet van 29 maart 2012 houdende diverse bepalingen;
  • Het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen.

De bepalingen van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 zijn geldig voor werklozen met bedrijfstoeslag waarvan het ontslag werd betekend na 31 maart 2007 en het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag ingaat na 31 december 2007. Uitzonderlijke gevallen en brugpensioenen die vroeger ingingen, vallen nog onder de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 december 1992.

Onderstaande tekst is gebaseerd op de regelingen vervat in het koninklijk besluit van 3 mei 2007.

Voorwaarden voor de toekenning van een bedrijfstoeslag: de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17

De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 kent een aanvullende vergoeding brugpensioen (vanaf nu = bedrijfstoeslag) toe aan sommige oudere werknemers indien zij ontslagen worden.

Het gaat om werknemers die tewerkgesteld zijn bij een werkgever die valt onder de wet van 5 december 1968 betreffende de Collectieve Arbeidsovereenkomsten (CAO) en Paritaire Comités (PC). Het gaat dus vooral om werknemers uit de privé-sector.

Om te kunnen genieten van deze bedrijfstoeslag moeten de volgende voorwaarden zijn vervuld:

Ontslagen zijn

Om te kunnen genieten van deze bedrijfstoeslag moet de werknemer ontslagen zijn, behalve wegens dringende redenen. Vrijwillig ontslag, de afloop van een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur, de verbreking met wederzijdse toestemming, wegens overmacht of wegens zwaarwichtige fout, komen dus niet in aanmerking.

Recht hebben op een werkloosheidsuitkering

Om recht te hebben op deze bedrijfstoeslag moet de ontslagen werknemer recht hebben op een werkloosheidsuitkering. Hij moet dus een bepaald beroepsverleden kunnen bewijzen. Dat beroepsverleden wordt berekend in aantal gewerkte dagen gedurende een bepaalde referentieperiode, die aan de aanvraag vooraf gaat.

De toekomstige werkloze met bedrijfstoeslag moet volgens de werkloosheidsreglementering aantonen dat hij 624 dagen heeft gewerkt, gedurende de 36 maanden, die aan de aanvraag tot toetreding tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag voorafgaan.

Het bestaan van een collectieve arbeidsovereenkomst stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

Om van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag te kunnen genieten moet er een collectieve arbeidsovereenkomst bestaan waarin de voorwaarden voor de toegang tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag bepaald zijn. Deze voorwaarden hebben betrekking op de leeftijd waarop men kan toetreden tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, evenals op de vereiste loopbaanvoorwaarden. Het kan gaan om een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op interprofessioneel niveau (in de schoot van de Nationale Arbeidsraad), op het niveau van de sector of op het niveau van de onderneming.

De vereiste leeftijd bereikt hebben en het vereiste beroepsverleden

Om te kunnen genieten van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag moet de ontslagen werknemer voldoen aan de vereiste loopbaanvoorwaarden en de leeftijd bereikt hebben zoals voorzien in de CAO, die op hem van toepassing is en dit gedurende de geldigheidsduur van de CAO.

De anciënniteit- en leeftijdsvoorwaarden zijn verschillend al naargelang de wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst:

  • beëindiging van de arbeidsovereenkomst met een opzeggingstermijn:
    de werknemer moet aan de anciënniteit- en leeftijdsvoorwaarden voldoen voordat de opzeggingstermijn ten einde loopt.
  • beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder naleving van de opzeggingstermijn:
    de werknemer moet aan de anciënniteit- en leeftijdsvoorwaarden voldoen op het ogenblik dat de overeenkomst werkelijk eindigt.

Voor de berekening van de anciënniteitvoorwaarden worden verschillende periodes met arbeidsdagen gelijkgesteld. Algemeen gesproken worden de periodes van legerdienst en, voor een bepaalde duur, de periodes van deeltijds werk, volledige loopbaanonderbreking en volledige werkloosheid gelijkgesteld met beroepsverleden. De gelijkstelling en duur hangen af van de regeling dat van toepassing is op het stelsel waarop de werkloze met bedrijfstoeslag heeft ingetekend.

Leeftijds- en loopbaanvoorwaarden

Algemeen stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag op 62 jaar

Een werknemer die op 62 jaar ontslagen wordt, moet een arbeidsloopbaan van 40 jaar (als man) en van 31 jaar (als vrouw) kunnen aantonen.

De vereiste loopbaanvoorwaarden (voor vrouwen) worden geleidelijk verhoogd:

Jaren Loopbaan mannen Loopbaan vrouwen
2016 40 jaar 32 jaar
2017 40 jaar 33 jaar
2018 40 jaar 34 jaar
2019 40 jaar 35 jaar
2020 40 jaar 36 jaar
2021 40 jaar 37 jaar
2022 40 jaar 38 jaar
2023 40 jaar 39 jaar
2024 40 jaar 40 jaar

 

Voor werknemers die voor 1 januari 2015 ontslagen werden, kan de leeftijdsgrens van 60 jaar nog worden toegepast na die datum.  De sectoren hebben ook de mogelijkheid om de leeftijd van 60 jaar te behouden tot eind 2017; daartoe dient dan wel een CAO te worden afgesloten en neergelegd voor 1 juli 2015 die uiterlijk 1 januari 2015 in werking treedt voor een maximumduur van 3 jaar.

Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag op een leeftijd jonger dan 62 jaar: de afwijkende stelsels

Onder bepaalde voorwaarden kan een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag ingaan voordat de leeftijd van 62 jaar bereikt wordt. Deze stelsels worden afwijkende stelsels genoemd en houden rekening met bijzonderheden van bepaalde sectoren, bepaalde beroepen of bepaalde werknemers.

Zware beroepen en nachtarbeid

Tot eind 2014 bestond er een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag enerzijds voor werknemers vanaf 56 jaar met 33 jaar beroepsverleden en 20 jaar nachtarbeid en anderzijds voor werknemers vanaf 58 jaar met 35 jaar beroepsverleden en met een zwaar beroep.  Vanaf 1 januari 2015 worden deze twee stelsels samengevoegd tot één stelsel voor werknemers vanaf 58 jaar met een beroepsverleden van 33 jaar die :

  • ofwel gewerkt hebben in een zwaar beroep (wisselende ploegen, onderbroken diensten of nachtarbeid) gedurende 5 jaar in de laatste 10 jaar of 7 jaar in de laatste 5 jaar;
  • of 20 jaar nachtarbeid tellen;
  • of als werknemer uit de bouwsector beschikken over een attest van de arbeidsgeneesheer dat hun ongeschiktheid tot voortzetting van hun beroepsactiviteit bevestigt.

Na een advies uitgebracht door de Nationale Arbeidsraad zal de minimumleeftijd op 60 jaar gebracht worden.  De minimumleeftijd zal evenwel niet verhoogd worden indien cumulatief aan volgende voorwaarden is voldaan :

  • er voor de periode 2015-2016, een algemeen verbindend verklaarde CAO is afgesloten in de Nationale Arbeidsraad met een lagere leeftijdsgrens, zonder dat deze lager dan 58 jaar mag zijn;
  • deze CAO voor een bepaalde duur van maximum 2 jaar is afgesloten zonder mogelijkheid van stilzwijgende verlenging;
  • de werknemer ontslagen is tijdens de geldigheidsduur van deze CAO;
  • de werknemer werkt in een (sub)sector die bij een algemeen verbindend verklaarde CAO is toegetreden tot de in de Nationale Arbeidsraad afgesloten CAO.

De in de Nationale Arbeidsraad afgesloten CAO kan na 2016 worden verlengd of aangepast, waarbij de minimumleeftijd geleidelijk kan worden verhoogd overeenkomstig een vooropgesteld tijdspad.

Bij wijze van overgangsregel kunnen werknemers die uiterlijk op 31 december 2014 de leeftijd van 56 jaar bereiken en ontslagen worden voor 1 januari 2015, nog werkloosheid met bedrijfstoeslag op 56 jaar genieten in het stelsel met 20 jaar nachtarbeid of arbeidsongeschikte bouwvakker.  De loopbaan van 33 jaar, de 20 jaar nachtarbeid of het ongeschiktheidsattest moet op het einde van hun arbeidsovereenkomst bereikt/afgeleverd worden; dit kan nog na 1 januari 2015 zijn.

Lange loopbanen

De wet (art. 47 van de wet van 12 april 2011) bepaalt dat het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag mogelijk is vanaf 56 jaar voor werknemers met een beroepsverleden van 40 jaar.  De vereiste leeftijd wordt evenwel opgetrokken tot 58 jaar in 2015 en tot 60 jaar in 2017.  De minimumleeftijd zal evenwel niet verhoogd worden indien cumulatief aan volgende voorwaarden is voldaan :

  • er voor de periode 2015-2016 een algemeen verbindend verklaarde CAO is afgesloten in de Nationale Arbeidsraad met een lagere leeftijdsgrens, zonder dat deze lager dan 58 jaar mag zijn;
  • deze CAO voor een bepaalde duur van maximum 2 jaar is afgesloten zonder mogelijkheid van stilzwijgende verlenging;
  • de werknemer ontslagen is tijdens de geldigheidsduur van deze CAO;
  • de werknemer werkt in een (sub)sector die bij een algemeen verbindend verklaarde CAO is toegetreden tot de in de Nationale Arbeidsraad afgesloten CAO.

De in de Nationale Arbeidsraad afgesloten CAO kan na 2016 worden verlengd of aangepast, waarbij de minimumleeftijd geleidelijk kan worden verhoogd overeenkomstig een vooropgesteld tijdspad.

Bij wijze van overgangsmaatregel kunnen werknemers die uiterlijk op 31 december 2015 de leeftijd van 56 jaar bereiken en ontslagen worden voor 1 januari 2016 nog werkloosheid met bedrijfstoeslag genieten; de loopbaan van 40 jaar moet op het einde van de arbeidsovereenkomst bereikt worden, wat nog na 1 januari 2016 kan zijn.

Mindervalide werknemers en werknemers met ernstige lichamelijke gebreken

Voor deze werknemers is het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag mogelijk vanaf 58 jaar. De ontslagen werknemer moet een beroepsverleden van 35 jaar bewijzen. Het gaat om:

  • mindervalide werknemers erkend door de bevoegde overheid;
  • werknemers met ernstige lichamelijke gebreken. Zij dienen te beschikken over een attest afgeleverd door het Fonds voor Arbeidsongevallen (FAO);
  • werknemers die blootgesteld werden aan asbest kunnen in bepaalde gevallen gelijkgesteld worden met de werknemers met ernstige lichamelijke gebreken. Deze werknemers moeten beschikken over een attest afgeleverd door het Fonds voor Beroepsziekten (FBZ).

Dit stelsel is slechts mogelijk mits een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale Arbeidsraad.

Dit afwijkend stelsel wordt voor de periode 2013-2014 geregeld bij CAO nr. 105 die van toepassing is tot 31 december 2014.

Vergoedingen in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

De vergoeding in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag bestaat uit 2 delen. Het ene deel wordt gevormd door een werkloosheidsuitkering en het andere deel door een bedrijfstoeslag.

  • De werkloosheidsuitkering

De werkloosheidsuitkering die aan de werkloze met bedrijfstoeslag toegekend wordt, bedraagt 60% van de laatste bruto bezoldiging. Het bedrag van de bezoldiging is geplafonneerd op 2.080,15€. Het hoogste maximumbedrag aan werkloosheidsuitkering toegekend in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, is 1.248€ per maand.

  • De bedrijfstoeslag

De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 voorziet dat het bedrag van de aanvullende vergoeding brugpensioen gelijk is aan de helft van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsvergoeding. Het netto referteloon stemt overeen met het bruto referteloon (in principe van de laatst gepresteerde maand), verminderd met de persoonlijke bijdragen aan de sociale zekerheid en de bedrijfsvoorheffing.

Het brutoloon dat in rekening gebracht wordt, is geplafonneerd op 3.780,69€.

Sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten of collectieve arbeidsovereenkomsten op bedrijfsniveau kunnen voorzien in hogere bedrijfstoelagen.

Over het algemeen ontvangt de werkloze met bedrijfstoeslag iedere maand het bedrag van de bedrijfstoeslag tot aan de pensioengerechtigde leeftijd (65 jaar). De schuldenaar van de bedrijfstoeslag is in principe de voormalige werkgever, al is het mogelijk dat deze verplichting overgenomen wordt door een sectoraal fonds. Het is eveneens mogelijk dat het totale bedrag van de bedrijfstoeslag in één enkele keer uitbetaald wordt.

Op deze vergoedingen zijn bijdragen en inhoudingen verschuldigd.

Vervanging van de werkloze met bedrijfstoeslag

Indien het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt toegekend, dient de werkgever de werkloze met bedrijfstoeslag te vervangen door een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze. De arbeidsregeling moet daarbij ten minste in eenzelfde aantal arbeidsuren voorzien.  De werkgever is vrijgesteld van de vervangingsplicht indien de werknemer op het einde van zijn arbeidscontract 60 jaar is.

Vervanging door twee uitkeringsgerechtigde volledig werklozen is eveneens mogelijk indien het totale aantal uren van beide samen het minimum bereikt.

De indienstneming van de vervanger moet plaatsvinden ten vroegste de eerste dag van de vierde maand die de maand voorafgaat waarin het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag een aanvang neemt en ten laatste de eerste dag van de derde maand die volgt op de maand gedurende dewelke het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag een aanvang neemt. De vervanger moet minstens 36 maanden in dienst blijven al kan de vervanger zelf vervangen worden door een andere uitkeringsgerechtigde volledig werkloze.

Heel wat situaties worden gelijkgesteld met ‘uitkeringsgerechtigde volledig werkloze’ zoals bijvoorbeeld sommige deeltijdse werknemers, personen met recht op een leefloon, mindervalide werknemers uit beschutte werkplaatsen en personen die hun beroepsactiviteit onderbroken hebben en terug naar de arbeidsmarkt willen keren.

De vervanger mag in de zes maanden voor de aanvang van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag niet bij de werkgever gewerkt hebben. Gebeurde deze tewerkstelling als uitzendkracht, leerling, sommige deeltijdse werknemers of werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur, dan kunnen ze toch de werkloze met bedrijfstoeslag vervangen op voorwaarde dat hun aanwerving gebeurt met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur. Ze kunnen eveneens als vervanger aangeworven worden indien ze aanspraak zouden kunnen maken op werkloosheidsuitkeringen mochten ze hiertoe een aanvraag indienen.

De werkgever moet aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening het bewijs van de vervanging afleveren.

De directeur van het werkloosheidbureau kan een vrijstelling van de vervangingsplicht toestaan. De werkgever moet daarvoor op objectieve wijze kunnen aantonen dat er geen geschikte vervanger beschikbaar is.

De Minister van Werk kan een vrijstelling van vervangingsplicht toekennen aan ondernemingen die een vermindering van het personeelsbestand kennen. Het moet gaan om een structurele vermindering van het personeelsbestand en door de afwijking moet het ontslag van een werknemer die niet in aanmerking komt voor het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag vermeden worden.

De Minister van Werk kan eveneens vrijstelling van vervangingsplicht toekennen aan ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering, of in geval van sluiting van de onderneming.

Als een werkgever niet overgaat tot de verplichte vervanging van de werkloze met bedrijfstoeslag, dan moet hij per niet (geldig) vervangen werkloze met bedrijfstoeslag een administratieve boete betalen.

Statuut van de werkloze met bedrijfstoeslag

Het statuut van de werkloze met bedrijfstoeslag wordt gelijkgesteld met dat van een werkloze. Dienovereenkomstig zijn bepaalde verplichtingen die eigen zijn aan het statuut van de werkloze ook van toepassing op de werkloze met bedrijfstoeslag. De werkloze met bedrijfstoeslag behoudt dat statuut tot op de pensioenleeftijd (65 jaar).

Als men het statuut van werkloze met bedrijfstoeslag heeft dan dient men de volgende verplichtingen na te komen:

  • als werkzoekende ingeschreven zijn en blijven bij de bevoegde dienst voor arbeidsbemiddeling (Actiris, ADG, Forem, VDAB);
  • beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt;
  • elke passende dienstbetrekking of beroepsopleiding aanvaarden.

De werkloze met bedrijfstoeslag moet niet arbeidsgeschikt zijn. In geval van ziekte of hospitalisatie kan hij werkloosheidsuitkeringen blijven ontvangen, tenzij hij vergoedingen van zijn ziekenfonds ontvangt.

Om te kunnen genieten van werkloosheidsuitkeringen moet de werkloze met bedrijfstoeslag eveneens de volgende verplichtingen nakomen:

  • zijn hoofdverblijfplaats in België hebben;
  • geen werk hebben en dus ook geen vergoeding ontvangen;
  • iedere beroepsactiviteit bekend maken;
  • iedere wijziging in gezins- en persoonlijke situatie meedelen aan de uitbetalingsinstelling.

Werklozen met bedrijfstoeslag die in 2014 al werkloosheiduitkeringen genoten en op 31 december 2014 minstens 60 jaar oud waren, genieten verder de voordien bestaande vrijstellingen.  Zij moeten dus niet opnieuw op zoek naar werk en moeten niet effectief in België verblijven.

De hervatting van de beroepsactiviteiten gedurende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

In principe is de uitoefening van een beroepsactiviteit niet verenigbaar met het statuut van een werkloze met bedrijfstoeslag. Bij werkhervatting zal de werkloze met bedrijfstoeslag de vergoeding van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening dus verliezen. CAO nr. 17 voorziet evenwel in de verdere uitbetaling van de bedrijfstoeslag. Deze bedrijfstoeslag is dus perfect cumuleerbaar met inkomen uit een tewerkstelling in loondienst of als zelfstandige, op voorwaarde dat deze werkhervatting of zelfstandige activiteit plaatsvindt bij een andere werkgever dan deze die de werknemer ontslagen heeft in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag en herstructurering

Ondernemingen die door de Minister van Werk erkend worden als zijnde een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering, kunnen bepaalde afwijkingen bekomen op de regels die normaal van toepassing zijn inzake het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

Erkenningscriteria

  • Onderneming in moeilijkheden:

Onder onderneming in moeilijkheden verstaan we de onderneming die in de jaarrekeningen van de laatste twee boekjaren, die de periode voorafgaan voor dewelke de erkenning gevraagd wordt, een verlies boekt uit de gewone bedrijfsuitoefening vóór belastingen, wanneer voor het laatste boekjaar dit verlies het bedrag van de afschrijvingen en de waardevermindering op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa overschrijdt.

De onderneming dient de jaarrekeningen voor te leggen van de vijf boekjaren die de periode van erkenning voorafgaan. Wanneer de onderneming minder dan 5 jaar geleden werd opgericht, zijn enkel de jaarrekeningen, die betrekking hebben op de jaren dat de onderneming bestaat, vereist.
 

  • Onderneming in herstructurering:

Onder onderneming in herstructurering verstaan we de onderneming die voldoet aan één van volgende voorwaarden:

    1. de onderneming die een collectief ontslag doorvoert. Elk ontslag dat betrekking heeft op een bepaald aantal werknemers wordt beschouwd als collectief ontslag, namelijk:
      • ten minste 10% van de werknemers in ondernemingen met meer dan 100 werknemers;
      • ten minste 10 werknemers in ondernemingen van meer dan 20 werknemers maar minder dan 100 werknemers;
      • ten minste 6 werknemers in ondernemingen met meer dan 11 werknemers en minder dan 21 werknemers;
      • ten minste de helft van de werknemers in ondernemingen met minder dan 12 werknemers.

      De onderneming dient dit collectief ontslag uit te voeren uiterlijk binnen de 6 maanden die volgen op de datum van erkenning als zijnde een onderneming in herstructurering.

    2. De onderneming die, tijdens het jaar dat de aanvraag voorafgaat, een aantal werkloosheidsdagen gekend heeft, dat ten minste gelijk is aan 20% van het totaal aantal dagen aangegeven voor werklieden aan RSZ. 

Deze bepaling is enkel van toepassing op de ondernemingen waar ten minste 50% van de werknemers met een arbeidsovereenkomst voor werklieden tewerkgesteld worden.

Doel van de aanvraag tot erkenning

In het kader van de erkenning als zijnde een onderneming in moeilijkheden en/of in herstructurering, kan de werkgever volgende afwijkingen bekomen:

  • een vrijstelling van de vervangingsplicht voor werklozen met bedrijfstoeslag;
  • een verkorting van de opzeggingstermijn of van de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode;
  • een verlaging van de leeftijd in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag die echter niet lager mag zijn dan 55 jaar.

Vrijstelling van de vervangingsplicht voor werklozen met bedrijfstoeslag

De onderneming die erkend wordt als zijnde een onderneming in moeilijkheden en/of in herstructurering is niet verplicht om de werklozen met bedrijfstoeslag te vervangen voor zover de opzeggingstermijn of de door opzeggingsvergoeding gedekte periode van de ontslagen werknemer (= de toekomstige werkloze met bedrijfstoeslag) begint en eindigt tijdens de geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst, die voorziet in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, en tijdens de periode van erkenning als zijnde een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering.

Een aanvraag tot vrijstelling van de vervangingsplicht kan eveneens ingediend worden voor de werklozen in het lopend stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

Verkorting van de opzeggingstermijn of van de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode

De onderneming kan in haar aanvraag tot erkenning als zijnde een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering een verkorting vragen van de opzeggingstermijn voor de werknemers, ontslagen met het oog op het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

Deze mogelijkheid tot verkorting van de opzeggingstermijn moet vastgelegd worden in een collectieve arbeidsovereenkomst, die bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaard werd of goedgekeurd werd door de Minister van Werk.

De opzeggingstermijn of de door opzeggingsvergoeding gedekte periode van de ontslagen werknemer moet beginnen en eindigen binnen de geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst, die voorziet in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, en tijdens de periode van erkenning als zijnde onderneming in moeilijkheden of in herstructurering.

De opzegtgingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode wordt ingekort bij een schriftelijke overeenkomst die tussen de werkgever en de werknemer na de kennisgeving van het ontslag wordt gesloten.  Die termijn of deze periode mag niet korter zijn dan 26 weken.

Verlaging van de leeftijd in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag die echter niet lager mag zijn dan 55 jaar

De onderneming kan verzoeken om een verlaging van de leeftijd in het kader van het stselsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, dit wil zeggen een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag vragen voor de ontslagen werknemers op een leeftijd lager dan de normale leeftijd in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag die van toepassing is in de onderneming.

Deze afwijking van de leeftijd moet vastgelegd zijn in een collectieve arbeidsovereenkomst die algemeen verbindend verklaard werd bij koninklijk besluit of goedgekeurd werd door de Minister van Werk.

De opzeggingstermijn of de door opzeggingsvergoeding gedekte periode van de ontslagen werknemer moet beginnen en eindigen tijdens de geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst, die voorziet in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, en tijdens de periode van erkenning van de onderneming in moeilijkheden of in herstructurering.

Wanneer de onderneming collectief ontslag doorvoert, moet de vereiste minimumleeftijd bereikt zijn op het ogenblik van aankondiging van het collectief ontslag.

De leeftijd in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag kan verlaagd worden tot 55 jaar voor de onderneming die erkend wordt als zijnde een onderneming in moeilijkheden of als onderneming in herstructurering.  Deze minimumleeftijd wordt opgetrokken tot :

  • 56 jaar in 2016,
  • 57 jaar in 2017,
  • 58 jaar in 2018,
  • 59 jaar in 2019,
  • en 60 jaar in 2020.

De minimumleeftijd zal evenwel niet tot 56 jaar verhoogd worden indien cumulatief aan volgende voorwaarden is voldaan :

  • er voor de periode 2015-2016 een algemeen verbindend verklaarde CAO is afgesloten in de Nationale Arbeidsraad met een lagere leeftijdsgrens, zonder dat deze lager dan 55 jaar mag zijn;
  • deze CAO voor een bepaalde duur van maximum 2 jaar is afgesloten zonder mogelijkheid van stilzwijgende verlenging;
  • deze ingangsdatum van de erkenning als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering gelegen is binnen de geldigheidsduur van deze CAO;
  • de CAO of het collectief akkoord houdende invoering van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (gevoegd bij de aanvraag tot erkenning) verwijst uitdrukkelijk naar de in de Nationale Arbeidsraad afgesloten CAO.

De in de Nationale Arbeidsraad afgesloten CAO kan na 2016 worden aangepast, waarbij de minimumleeftijd geleidelijk wordt verhoogd om in 2020 60 jaar te bereiken.

De ontslagen werknemer moet, op het einde van zijn overeenkomst, het bewijs leveren van een beroepsloopbaan als loontrekkende van ofwel 10 jaar in de sector, in de 15 jaar die voorafgaan aan het einde van zijn overeenkomst, ofwel van 20 jaar. Hij moet zich bovendien inschrijven in de tewerkstellingscel voor 6 maanden.

Indiening van de aanvraag tot erkenning

Om een erkenning te verkrijgen als onderneming in moeilijkheden of onderneming in herstructurering moet de werkgever een behoorlijk gemotiveerde aanvraag indienen bij de Minister van Werk.

Deze aanvraag moet vergezeld zijn van:

  • de nodige documenten die aantonen dat de onderneming voldoet aan de criteria van onderneming in moeilijkheden of in herstructurering;
  • een collectieve arbeidsovereenkomst tot invoering van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag;
  • een herstructureringsplan dat:
    • een positief actieplan voor vrouwelijke werkneemsters moet omvatten;
    • het bewijs dat de onderneming in de waarborgen heeft voorzien om bij eventuele faling de kosten te dekken van de bedrijfstoeslag die verschuldigd is aan de werkloze met bedrijfstoeslag tot de leeftijd van 55 jaar. 

Ondernemingen die een erkenning aanvragen als onderneming in moeilijkheden en/of herstructurering op basis van de aankondiging van collectief ontslag, moeten bovendien zorgen voor:

  • een overzicht van de pistes inzake arbeidsherverdeling (alternatieve maatregelen voor ontslagen);
  • de in de hierboven bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst vastgelegde regeling inzake afscheidspremies en de toepassingsmodaliteiten ervan, voor werknemers die de onderneming vrijwillig verlaten;
  • de begeleidingsmaatregelen in de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst voor werknemers die met ontslag bedreigd worden:
    • de oprichting van een tewerkstellingscel of de deelname aan een overkoepelende tewerkstellingscel;
    • een aanbod van outplacementbegeleiding dat voldoet aan de minimum kwaliteitsvereisten van CAO nr. 82bis. 
  • de nominatieve lijst van de kandidaat werklozen met bedrijfstoeslag en van alle ontslagen werknemers;
  • het attest van de regionale Minister van Werk, bevoegd voor de zetel van de onderneming, die de begeleidingsmaatregelen, vastgelegd in het herstructureringsplan, goedkeurt.

Voor deze aanvraag tot ministeriële erkenning als zijnde een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering moet een dossier ingediend worden bij:

Algemene directie van de Collectieve Arbeidsbetrekkingen
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
Ernest Blerotstraat 1
1070 Brussel

Beslissing

Indien de gemotiveerde aanvraag alle vereiste elementen bevat, kan de Minister van Werk voor een periode van maximaal twee jaar, de onderneming een erkenning verlenen als zijnde een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.
Voor ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering , die hun voornemen om een collectief ontslag door te voeren hebben meegedeeld, moet de periode van erkenning aanvangen op de dag van de mededeling door de werkgever aan de werknemersvertegenwoordigers van zijn voornemen om een collectief ontslag door te voeren en deze periode kan lopen tot maximaal twee jaar na de betekening van het collectief ontslag door de werkgever aan de gewestelijke tewerkstellingsdienst.

De Minister van Werk wint vooraf het advies in van de Adviescommissie, hiertoe opgericht bij de Algemene Directie van de Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites