NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Financiële informatie (leervergoeding, bijdrageverminderingen, premies en andere incentives)

 

/uploadedImages/A-Z/picto_6.jpgOpgelet!  De informatie op deze pagina gaat over bevoegdheden die, geheel of gedeeltelijk, overgedragen werden naar de gemeenschappen en gewesten.  

De bestaande regelgeving blijft gelden tot een gemeenschap of gewest ze wijzigt. 

Sinds 1 april 2015 kan u voor meer informatie terecht bij de bevoegde dienst:  

 

Leervergoeding 

Omdat een leerovereenkomst een opleiding beoogt en de werkgever hiervoor de nodige omkadering moet voorzien, wordt aan een leerling geen gewoon werknemersloon betaald, maar een (veel lagere) leervergoeding.

Afhankelijk van zijn leeftijd varieert de standaardvergoeding van 480,60 EUR/maand (15 jaar) tot 751,00 EUR/maand (21 jaar en ouder).

In een aantal sectoren geldt een nog lagere "instapvergoeding" voor jongeren die geen getuigschrift van de 2de graad van het middelbaar onderwijs hebben (van 320,40 EUR/maand op 15 jaar tot 500,70 EUR/maand op 21 jaar.

De principes van de leervergoeding:

  • leeftijdspercentages: op 15 jaar gaat het om 64%; dit percentage gaat telkens per leeftijd omhoog met 6%, om 100% te bereiken op 21 jaar; dus: 64 - 70 - 76 - 82 - 88 - 94 - 100;
  • basis voor de "standaardvergoeding": het leeftijdspercentage wordt toegepast op de helft van het nationaal gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI);
  • basis voor de "verlaagde instapvergoeding": het leeftijdspercentage wordt gedurende de eerste maand of maanden (naargelang de sector) toegepast op een derde van het GGMMI;
  • het GGMMI bedraagt momenteel 1.501,82 EUR/maand (indexering van 1-12-2012); het is gekoppeld aan de spilindex; zie website van de Nationale Arbeidsraad: http://www.nar-cnt.be/Cao-bedragen.htm;
  • na toepassing van het percentage op de helft of een derde van het GGMMI moet het resultaat afgerond worden op het hoger veelvoud van 10 cent.

Concrete bedragen van de leervergoeding (EXCEL, 36KB) 

In een aantal sectoren, zoals de metaalverwerkende nijverheid, de textielnijverheid en de confectienijverheid, gelden afwijkende, hogere bedragen; meer informatie hierover is te verkrijgen bij de betrokken sectorinstanties.

Vermindering van socialezekerheidsbijdragen

Voor de socialezekerheidsbijdragen die een werkgever op de vergoeding van een leerling moet betalen geldt een absoluut gunstregime (minimumtarief), met een licht verschil naargelang de leerling onvolledig of volledig onderworpen is aan de sociale zekerheid.

Periode van onvolledige onderwerping

Leerlingen zijn slechts aan een paar socialezekerheidstakken onderworpen tot en met 31 december van het jaar waarin ze 18 jaar worden.

Op de socialezekerheidsbijdragen voor de werkgever is de bijdragevermindering voor "zeer jonge werknemers" van toepassing, op voorwaarde dat de werkgever in orde is met de startbaanwetgeving.  Het volstaat de tewerkstelling van leerlingen met de gepaste codes aan te geven aan de RSZ.  Praktische info hierover vindt u op de pagina over de procedures voor het verkrijgen van financiële voordelen voor leerovereenkomsten.

Na verrekening van de vermindering is een werkgever voor een leerling nog de volgende bijdragen verschuldigd:

  • jaarlijkse vakantie (enkel voor leerling-arbeiders);
  • bijkomende bijdrage "werkloosheid" van 1,60% (enkel indien de werkgever gemiddeld minstens 10 werknemers in dienst had in de voorbije referteperiode (= 4de kwartaal jaar-2 tot en met 3de kwartaal van jaar-1)) ;
  • fonds voor sluiting van ondernemingen (enkel de basisbijdrage);
  • kinderopvang;
  • tijdelijke werkloosheid en oudere werklozen;
  • asbestfonds;
  • bijzondere bijdrage voor arbeidsongevallen.

Periode van volledige onderwerping

Vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden, zijn leerlingen onderworpen aan alle socialezekerheidstakken.  De situatie inzake onderwerping staat los van de periode van uitvoering van de leerovereenkomst:  is deze reeds begonnen vóór 1 januari van het jaar waarin de leerling 19 jaar wordt, dan verandert deze midden in de loop van zijn leerovereenkomst van socialezekerheidsstatuut.

Op de verschuldigde werkgeversbijdragen zijn de volgende kortingen van toepassing:

  • de structurele vermindering, inclusief de “lagelonencomponent”; wanneer de werkgever tot de socio-profitsector behoort (bv. PLC 330.00) kan hij enkel deze “lagelonencomponent” krijgen; aan de toekenning van deze vermindering zijn voor het overige geen voorwaarden verbonden;
     
  • de bijdragevermindering voor "erg laag geschoolde, laaggeschoolde of middengeschoolde startbaners", op voorwaarde dat:
    • de werkgever in orde is met de startbaanwetgeving;
    • de leerovereenkomst als startbaanovereenkomst type 3 wordt aangegeven in de kwartaalaangifte aan de RSZ;
    • de betrokken leerling ofwel "erg laag geschoold" is (geen getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs); "laaggeschoolde" startbaners van buitenlandse afkomst of "laaggeschoolde" gehandicapte startbaners worden hiermee gelijkgesteld), ofwel "laaggeschoold" (geen diploma secundair onderwijs), ofwel “middengeschoold” (hoogstens een diploma van secundair onderwijs + minstens 6 maanden ingeschreven als werkzoekende); 
     
  • duur en bedrag van de vermindering:
    • voor "erg laag geschoolde" jongeren: 1500 euro/kwartaal gedurende 3 jaar en 400 euro/kwartaal gedurende 1 jaar
    • voor "laaggeschoolde" jongeren: 1500 euro/kwartaal gedurende 2 jaar en 400 euro/kwartaal gedurende 1 jaar
    • voor “middengeschoolde jongeren”: 1000 euro/kwartaal gedurende 1 jaar en 400 euro/kwartaal gedurende 2 jaar
     

het recht op vermindering stopt in elk geval op de laatste dag van het kwartaal waarin de jongere 26 jaar wordt.

Na verrekening van deze kortingen is een werkgever voor een leerling nog de volgende bijdragen verschuldigd:

  • jaarlijkse vakantie (enkel voor leerling-arbeiders);
  • bijkomende bijdrage "werkloosheid" van 1,69% (incl. loonmatiging; deze bijdrage is enkel verschuldigd indien de werkgever gemiddeld minstens 10 werknemers in dienst had in de voorbije referteperiode (zie boven));
  • betaald educatief verlof
  • fonds voor sluiting van ondernemingen (basisbijdrage incl. loonmatiging);
  • fonds voor sluiting van ondernemingen (bijzondere bijdrage incl. loonmatiging);
  • kinderopvang;
  • tijdelijke werkloosheid en oudere werklozen;
  • asbestfonds
  • bijzondere bijdrage voor arbeidsongevallen.

Belangrijk: het recht op de bijdragevermindering "erg laag geschoolde, laaggeschoolde of middengeschoolde startbaners" duurt voort zolang de jongere (onafgebroken) in dienst blijft bij de werkgever.

Indien een jongere na afloop van zijn leerovereenkomst in dienst mag blijven in het kader van een arbeidsovereenkomst en voor de periode onder leerovereenkomst een bijdragevermindering "erg laag geschoolde, laaggeschoolde of middengeschoolde startbaners" gold op basis van een “werkkaart Start”, dan blijft het recht op die doelgroepvermindering verderlopen als de totale maximumduur van de vermindering (4 jaar of 3 jaar naargelang het geval) nog niet uitgeput is.

Mocht het opleidingsniveau van de jongere in de loop van zijn leerovereenkomst of van zijn latere tewerkstelling verhogen (ofwel van "erg laag geschoold" naar "laaggeschoold" of "middengeschoold", ofwel van "laaggeschoold" naar "middengeschoold"), dan heeft dit geen enkele invloed op de lopende doelgroepvermindering: het is en blijft de attestering van de “werkkaart Start” bij de indiensttreding van de jongere die telt.

Stagebonus

Werkgevers die deeltijds leerplichtige jongeren in dienst nemen met een werknemersleerovereenkomst, hebben recht op een jaarlijkse forfaitaire premie van 500 euro in het eerste en tweede jaar van de leerovereenkomst en 750 euro in het derde jaar ervan (gesteld dat de leertijd zo lang duurt, uiteraard).

Bovenop die premie geldt nog een fiscaal voordeel: de belastbare winsten en baten van de werkgever worden vrijgesteld naar rato van 20% van de leervergoedingen die hij normaliter als beroepskosten mag inbrengen en die hij betaald heeft aan jongeren voor wie hij in aanmerking komt voor de stagebonus.

De betrokken jongeren krijgen een zelfde premie, startbonus genaamd.

Premies van de bevoegde Gemeenschap of het bevoegd Gewest en van de sectoren 

Onder bepaalde voorwaarden kunnen werkgevers die jongeren met een werknemersleerovereenkomst in dienst nemen premies krijgen van de Vlaamse Gemeenschap, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of het Waals Gewest, naargelang het geval.  In bepaalde sectoren worden ook premies vanuit een sectoraal fonds toegekend.

Meer informatie bij de bevoegde instanties:

Doelgroepvermindering voor mentors

Een werkgever die een jongere opleidt in het kader van een leerovereenkomst kan onder bepaalde voorwaarden een vermindering verkrijgen van de socialezekerheidsbijdragen die hij verschuldigd is op het loon van het personeelslid dat instaat voor de begeleiding van die jongere (opleidingsverantwoordelijke of instructeur).  Alle verdere informatie over deze doelgroepvermindering vindt u op de desbetreffende pagina op deze website.

Voordelen als de jongere na de leerovereenkomst in dienst mag blijven

Ook na afloop van de leerovereenkomst behoudt de tewerkstelling van de jongere de hoedanigheid van startbaanovereenkomst.

Is hij nog niet volledig onderworpen, dan zal de werkgever in de loop van de maand januari van het jaar waarin de jongere 19 jaar wordt, een “werkkaart Start” moeten aanvragen.

Is de jongere reeds bij afloop van zijn leerovereenkomst volledig onderworpen, dan is hij reeds in het bezit van zo'n kaart, die ook geldig blijft voor de daarop aansluitende tewerkstelling (een nieuwe kaart halen is niet nodig).

Alle verminderingen van socialezekerheidsbijdragen blijven verderlopen, behalve in het (zéér uitzonderlijk) geval waarin de jongere bij afloop van zijn leerovereenkomst nog geen “werkkaart Start” zou hebben en hij door zijn opleiding een diploma secundair onderwijs behaald zou hebben.

Wanneer de jongere "erg laag geschoold" is en in dienst mag blijven met een voltijdse arbeidsovereenkomst met een voorziene duur van minstens 6 maanden, dan opent hij het recht op Activa Start.  Hiervoor moet hij zich niet inschrijven als werkzoekende indien zijn voorafgaande leerovereenkomst aanving tijdens de leerplicht.  Hij moet wel (samen met zijn werkgever) een werkkaart Start aanvragen.  Zo nodig kan de aanvraag van deze kaart al gebeuren in het jaar van de 18de verjaardag (in tegenstelling tot de aanvraag van een werkkaart Start om de RSZ-voordelen voor jongeren te attesteren: hiervoor kan men pas vanaf 1 januari van het jaar van de 19de verjaardag een aanvraag doen). 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites