Voorstelling
Werkplaatsen moeten steeds behoorlijk verlicht zijn, tenzij het werk uitgevoerd moet worden in het duister of met een aangepaste verlichting.
Ook binnenplaatsen, loodsen en werkplekken in open lucht moeten bij het invallen van de duisternis voldoende verlicht worden. De kunstmatige verlichting mag de kleuren van de veiligheidssignalen niet vervalsen.
Artikel 62 van het ARAB bevat een tabel met de in lux uitgedrukte minimumsterkte van de verlichting voor de verschillende plaatsen, werkzaamheden en gebruikte toestellen.
Er moet ook voor gezorgd worden dat de verlichting zo geplaatst is dat ze de werknemers niet verblindt, geen stroboscopieverschijnselen veroorzaakt en oververwarming van de lokalen en luchtbederf tegengaat.
Inrichtingen die voorzien zijn van kunstmatige verlichting, moeten beschikken over een noodverlichting die voldoende is om de ontruiming van de werknemers te verzekeren wanneer de kunstmatige verlichting uitvalt.
Meer informatie op deze site
Bij noodverlichting onder het thema Welzijn op het werk vindt u meer informatie en de regelgevende tekst.
Publicaties
De brochure "Verlichting - Reeks SOBANE-strategie" kan besteld of gedownload worden.
Bijkomende inlichtingen