NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Nieuwsbrief korte termijnindicatoren - april 2009

Economische crisis laat zich meer en meer ook op de arbeidsmarkt gevoelen

De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg publiceert voortaan maandelijks een aantal korte termijnindicatoren om de toestand op de arbeidsmarkt in beeld te brengen. Met de nieuwe publicatie wenst de FOD de evolutie van de crisis beter in beeld te brengen, maar daarnaast ook een instrument te ontwikkelen waarmee ook in de toekomst de arbeidsmarkt in België van nabij kan worden gevolgd.  Vanaf volgende maand kan u zich inschrijven op de nieuwsbrief.

De indicatoren worden vooral gebaseerd op administratieve gegevens en op bestaande korte termijnstatistieken. De gegevens bereiken niet altijd dezelfde kwaliteit als de meer structurele statistische informatie : vaak moeten de beschikbare data worden gecombineerd met schattingen. Enige voorzichtigheid bij de interpretatie is dan ook geboden. Alle tabellen kunnen worden teruggevonden in de module Statistieken. Deze korte termijnindicatoren vullen de bestaande jaarlijkse publicatie van een uitgebreide set structurele indicatoren aan.

Uit het eerste overzicht, dat gegevens bevat die in de meeste gevallen tot de maand februari 2009 teruggaan, blijkt dat de economische crisis stilaan ook meer in de diepte inwerkt op de Belgische arbeidsmarkt. Nadat de voorbije maanden de meest gevoelige indicatoren reeds een verslechtering van de toestand lieten zien, wordt nu ook de invloed merkbaar op de eigenlijke werkloosheid en de werkgelegenheid.

Stijgende tendens werkloosheid wordt duidelijk

Grafiek 1 - Administratieve en geharmoniseerde werkloosheidsgraad (niet seizoensgezuiverd)In grafiek 1 worden zowel de administratieve werkloosheidsgraad als de werkloosheidsgraad volgens de geharmoniseerde Europese definitie opgenomen. Het gaat daarbij telkens om het aandeel van de werklozen in de actieve bevolking (werkenden + werklozen), maar voor de administratieve definitie is een werkloze iemand die zonder baan zit en als werkzoekende ingeschreven is bij de arbeidsbemiddelingsdiensten, terwijl de geharmoniseerde definitie de personen telt die in het kader van de Arbeidskrachtenenquête verklaren geen baan te hebben, actieve stappen ondernemen om werk te zoeken en op korte termijn beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.

De geharmoniseerde reeks is gevoeliger voor de economische evolutie, zoals uit grafiek 1 blijkt. Toch wordt ook in de administratieve werkloosheid de conjunctuuromslag duidelijk. De grote verschillen tussen de gewesten blijven bestaan : in Vlaanderen bedraagt de werkloosheidsgraad 5,8%, in Wallonië 13,5% en in Brussel 15,9%. Op jaarbasis is er enkel in Vlaanderen een stijging merkbaar (+0,3 procentpunten op jaarbasis), terwijl in Brussel de werkloosheidsgraad vooralsnog stabiel blijft en in Wallonië nog een lichte daling wordt opgetekend (-0,2 procentpunten).

Wanneer we naar de vergoede werklozen kijken, dan stellen we vast dat eind februari 2009 672.322 personen een werkloosheidsuitkering ontvingen (306.461 in Vlaanderen, 276.273 in Wallonië en 89.588 in Brussel). 49.870 uitkeringsgerechtigden hebben een andere EU-nationaliteit dan de Belgische, 24.739 hebben een nationaliteit van buiten de Unie. Vooralsnog tekenen zich in deze cijfers geen duidelijke tendensen af.

Grafiek 2 - Geharmoniseerde werkloosheidsgraad in België en de Eurolanden (seizoensgezuiverd)De geharmoniseerde werkloosheidscijfers laten ook toe om België te vergelijken met andere Europese landen. Grafiek 2 laat zien dat de stijging van de werkloosheid zich veel sneller heeft doen gevoelen in de andere Eurolanden dan in België. De verslechterende toestand op de Europese arbeidsmarkt die reeds voelbaar was in de zomer van vorig jaar werd bij ons pas recent merkbaar. Opvallend in de Europese gegevens is dat mannen harder door de crisis worden getroffen dan vrouwen. Dit houdt ongetwijfeld verband met het feit dat vooral de industrie en de financiële sector, waarin mannen oververtegenwoordigd zijn, sterker door de economische teruggang werden getroffen.

België kent van oudsher een soepel stelsel van tijdelijke werkloosheid voor de arbeiders. Recent werd dit systeem verder uitgebreid tot werknemers met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur en tot uitzendkrachten. Het is duidelijk dat dit stelsel door de Belgische ondernemingen werd aangewend om de eerste gevolgen van de crisis op te vangen. Grafiek 3 geeft de evolutie van de tijdelijke werkloosheidsgraad weer, en zet deze uit naast de gewone werkloosheidsgraad. Hierbij werd de tijdelijke werkloosheidsgraad berekend als het aandeel tijdelijk werklozen in het totaal aantal werknemers met een arbeidersstatuut.

Grafiek 3 - Administratieve werkloosheidsgraad en tijdelijke werkloosheidsgraad in België (niet seizoensgezuiverd)De stijging van de tijdelijke werkloosheid in de eerste maanden van dit jaar is zeer uitgesproken. In februari telde de RVA 289.381 tijdelijk werklozen, wat 133.930 meer is dan het jaar voordien. De toename is sterk, zowel in Wallonië (+36.894) als in Vlaanderen (+94.191), maar minder uitgesproken in Brussel (+3.025) – wellicht omdat het aandeel van de arbeiders in Brussel in verhouding veel kleiner is. Hierbij moet er wel rekening mee worden gehouden dat in de groep tijdelijk werklozen zowel wie werkloos is om economische redenen als de tijdelijk werklozen omwille van de weersomstandigheden wordt meegerekend. Gelet op de uitzonderlijke koude in de eerste maanden van dit jaar wordt hierdoor het beeld wellicht vertekend.

De toename van de tijdelijke werkloosheid roept de vraag op in welke mate deze enkel een schokdemper op korte termijn is die zich uiteindelijk zal vertalen in een toename van de eigenlijke werkloosheid, of een meer duurzaam fenomeen. In het tijdskrediet (273.272 begunstigden, 8.856 meer dan één jaar voordien), dat mogelijk als een soortgelijke buffer zou kunnen functioneren, was in februari overigens nog geen uitgesproken crisiseffect merkbaar.

Vacatures en uitzendarbeid lijken te stabiliseren

Uiteraard moet de arbeidsmarkt niet enkel uit het perspectief van de werkloosheid worden bekeken, om op die manier een al te eenzijdig beeld bij te sturen. In het laatste trimester van 2008 bedroeg de werkzaamheidsgraad 62,4%, 0,3 procentpunten minder dan één jaar voordien.

Grafiek 4 - Administratieve vacaturegraad en werkloosheidsgraadOok blijven ondanks de crisis nog heel wat banen beschikbaar. In februari bedroeg de administratieve vacaturegraad (de verhouding tussen de openstaande banen en alle ingevulde en openstaande banen) 1,7%. Dit niveau ligt lager dan één jaar voorden (- 0,2 procentpunten). In Vlaanderen wordt de sterkste daling opgetekend (-0,5 procentpunt). In Wallonië blijft de daling beperkter (-0,2 procentpunt) terwijl in Brussel nog een stijging van 0,1 procentpunt wordt opgetekend. De daling in de vacaturegraad zette zich overigens sneller in dan de stijging in de werkloosheidsgraad, zoals in grafiek 4 kan worden opgemerkt.

Grafiek 5 - Aaantal vacatures per werkzoekendeIn grafiek 5 stellen we vast dat de daling van de vacatures als gevolg heeft dat er per werkzoekende nog nauwelijks 0,17 banen beschikbaar zijn, terwijl dit cijfer begin 2008 nog rond 0,20 schommelde. Anders gesteld : voor elke vacature zijn er nu bijna 6 potentiële kandidaten, tegenover 5 één jaar geleden.

Ook de evolutie van de uitzendarbeid geeft een indicatie van de dynamiek van de arbeidsmarkt. Het aantal uren in de uitzendsector daalde de voorbije maanden sterk : in januari werd zelfs een daling op maandbasis van 4,28% opgetekend. Toch mag dit niet doen vergeten dat ook nu nog tienduizenden uitzendkrachten aan de slag zijn, en dat de laatste gegevens wijzen op een zekere nivellering.

Inflatie van 2008 doet lonen nu nog stijgen

In de conventionele loonstijgingen, waarin de stijging van de baremalonen in de sectoren wordt verwerkt, is de invloed van de oplopende inflatie in 2008 nog niet uitgewerkt. In het eerste trimester van dit jaar lagen de arbeiderslonen 4,03% hoger dan een jaar voordien, waarbij de indexeringsmechanismen verantwoordelijk zijn voor een stijging van 3,71%. Bij de bedienden weegt de indexering nog sterker door : 3,61% op een totale stijging van 3,77%.

Omdat heel wat paritaire comités (sectoren) slechts één of twee keer per jaar een indexering toepassen, kunnen zich ook later in 2009 nog loonstijgingen voordoen die het resultaat zijn van de inflatie in 2008. De invloed van de conventionele loonstijgingen op de baremalonen –wat in de sector bovenop de index wordt afgesproken– zal geleidelijk afnemen, als gevolg van de afspraken uit het Interprofessioneel Akkoord. Ook de arbeidskosten blijven toenemen. In het vierde kwartaal van 2008 kostte het tewerkstellen van een werknemer gemiddeld 38,5 EUR per uur, tegenover 36,5 EUR één jaar voordien.

Ook KMO’s doen personeel afvloeien

Grafiek 6 - Aantal ontslagen als gevolg van een faillissementDe meest opvallende mediaberichten omtrent de crisis betreffen vaak de aankondigingen van collectieve ontslagen. Vooralsnog ontbreekt het aan de nodige informatie om hieromtrent een goed synthetisch beeld te schetsen. In de loop van de komende maanden zullen hieromtrent meer gegevens beschikbaar worden.

Het meest volledige overzicht behandelt de ontslagen als gevolg van een faillissement, die in grafiek 6 worden opgenomen. Hoewel het om een beperkt deel van de collectieve ontslagen gaat, kan er toch een tendens uit worden afgeleid. Zo lag het aantal ontslagen in de eerste drie maanden van dit jaar gemiddeld 350 personen hoger dan vorig jaar. Faillissementen betreffen vaak kleinere ondernemingen (grotere ondergaan een herstructurering, worden gedeeltelijk overgenomen…) met maar enkele werknemers. Deze informatie wijst er dus op dat ook de KMO-sector de gevolgen van de recessie ondervindt.
 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites