NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Nieuwsbrief korte termijnindicatoren - juni 2009

Nieuwsbrief korte termijnindicatoren arbeidsmarkt 

Juni 2009 

Beperkte heropleving wellicht tijdelijk

Uit de derde maandelijkse publicatie van de korte termijnindicatoren van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg blijkt dat een aantal indicatoren een licht positieve tendens vertonen. Vooralsnog moet hiermee echter zeer voorzichtig worden omgesprongen en kan er zeker niet worden besloten dat de achterliggende structurele tendensen worden omgebogen. 

 

Stijging werkloosheid pauzeert

Met grafiek 1 worden zowel de administratieve werkloosheid als de geharmoniseerde werkloosheid op basis van de Enquête naar de Arbeidskrachten opgevolgd. Terwijl de geharmoniseerde reeks stabiliseert daalt de administratieve werkloosheid (het aantal niet-werkende werkzoekenden) in april met 25.160 personen. De daling is evenwel van dezelfde grootteorde als in april vorig jaar, zodat op jaarbasis de werkloosheid toeneemt met 5,6%. In maart bedroeg de stijging op jaarbasis nog maar 4,9%, zodat uit de daling nog geen structurele verbetering van de situatie kan worden afgeleid. 

Achter de totale stijging op jaarbasis met 5,6% verbergt zich overigens een zeer verschillende realiteit tussen de gewesten. De toename op jaarbasis bedraagt 12,8% in Vlaanderen, tegenover slechts 1,2% in Wallonië. In Brussel nam het aantal werklozen met 3,0% toe. 

 Grafiek 1 - Administratieve en geharmoniseerde werkloosheidsgraad (niet seizoensgezuiverd) 

Grafiek 2 - Geharmoniseerde werkloosheidsgraad in België en de Eurolanden (seizoensgezuiverd) 

Grafiek 2 onderscheidt zich van grafiek 1 doordat er seizoensgezuiverde gegevens worden gebruikt. Ook hieruit blijkt dat de onderliggende evolutie van de werkloosheid in het teken van de economische crisis blijft staan. Dat geldt overigens ook voor het geheel van de Eurolanden, waarbij ons land het nog steeds wat minder slecht doet. Dat geldt overigens niet voor de jongeren : de werkloosheid in de leeftijdsgroep tot 24 jaar neemt bij ons even sterk toe dan elders.

  

De tijdelijke werkloosheid lijkt ondertussen een keerpunt te hebben bereikt. In april telde de RVA nog 214.417 tijdelijk werklozen, tegenover 313.200 in de maand voordien. Toch gaat het hier nog steeds om een stijging met 76% tegenover april 2008, wat enerzijds op een seizoenseffect wijst en er anderzijds op duidt dat het stelsel zijn rol blijft vervullen als buffer om de afname van de ondernemingsactiviteiten op te vangen, zoals ook uit grafiek 3 kan worden afgeleid.

Het gebruik van andere, meer permanente, stelsels om de arbeidsmarkt al dan niet tijdelijk te verlaten neemt overigens vooralsnog niet sterk toe. Zowel het aantal vrijstellingen omwille van sociale of familiale moeilijkheden als het aantal bruggepensioneerden blijven op ongeveer hetzelfde niveau als in april 2008. 

Grafiek 3 - Administratieve werkloosheidsgraad en tijdelijke werkloosheidsgraad in België (niet seizoensgezuiverd) 

De toename van het aantal tijdskredieten zet zich wel door : sinds vorig jaar maken 12.792 personen meer van dit stelsel gebruik, een toename die vooral op rekening te schrijven is van Vlaanderen (+9.376) en veel minder van Wallonië (+2.830) en Brussel (+586).
 

Daling interimarbeid stopt 

Grafiek 4 - Administratieve vacaturegraad en werkloosheidsgraad

 

In april nam het aantal werkuren in de interimsector af met 0,44%. Deze daling is veel kleiner dan wat de voorgaande maanden werd vastgesteld. Bovendien nam het aantal door arbeiders gepresteerde interimwerkuren zelfs licht toe (+0,32%). De uitzendarbeid is wellicht het meest conjunctuurgevoelige deel van de arbeidsmarkt, en de nivellering kan dus als een positief signaal worden geïnterpreteerd. 

Ook het aantal openstaande vacatures stabiliseert, zoals in grafiek 4 kan worden vastgesteld, waarbij zich in Vlaanderen zelfs een licht positieve tendens lijkt af te tekenen. 

Bij de drie gewestelijke bemiddelingsdiensten samen waren op het einde van mei 49.173 banen te begeven. In combinatie met de voorzichtige daling van de werkloosheid, leidt dit ook tot een hoger aantal beschikbare vacatures per werkzoekende (zie grafiek 5). Dat kan ook als volgt worden geduid : voor elke 10 beschikbare banen zijn er nu 58 personen op zoek naar een job (vorige maand ging het om 61 personen).   Grafiek 5 - Aantal vacatures per werkzoekende 
Faillissement leiden vooral in bouw en horeca tot banenverlies 

Grafiek 6 - Aantal ontslagen als gevolg van een faillissement

 

De daling in het banenverlies als gevolg van het faillissement van de onderneming die de voorbije maanden reeds merkbaar was, zet zich door, zoals in grafiek 6 kan worden vastgesteld. 

In de loop van mei verloren 1.854 werknemers zo hun baan, tegenover 2.202 in april en 2.532 in maart. Als we naar de sectorverdeling kijken, dan worden vooral de bouwnijverheid en de horeca hierdoor getroffen, met respectievelijk een verlies van 661 en van 269 banen in mei. Een verklaring hiervoor moet vermoedelijk worden gezocht in de volatiliteit van deze sectoren en ook in de sterke vertegenwoordiging van kleine ondernemingen. In grote ondernemingen verloopt het banenverlies wellicht eerder via een herstructurering dan via faillissementen. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites