Hoofdthema
Begin 2011 heeft de contractant op vraag van de opdrachtgever een onderzoeksrapport overhandigd getiteld: Verbetering van de samenwerking tussen de huisarts en de verzekeringsartsen en de bedrijfsartsen voor een betere aanpak van beroepgerelateerde ziekten.
Subthema
De validering van de voorstellen laat toe:
- te bepalen welke gewenst zijn en welke de goedkeuring van de meeste experts krijgen en die bovendien toepasbaar zijn in de dagelijkse praktijk van de betrokkenen beroepsgroepen;
- diegene te identificeren die in principe onvoldoende consensus bereiken, of waarvan de concrete toepasbaarheid in de praktijk te onzeker wordt bevonden;
- verder te gaan in de realisatie van de voorstellen waarover men een consensus heeft bereikt en in voorkomend geval er de nodige aanpassingen in aan te brengen;
- na te denken over de technische, wettelijke en ethische aspecten die gepaard gaan met de realisatie van de voorstellen
Timing
2011-2012
Opdrachtgever
Directie van het onderzoek over de verbetering van de arbeidsomstandigheden (DiOVA)
Onderzoeksteam
Santé au Travail et Education pour la Santé (STES), Université de Liège, Prof. Ph. Mairiaux, N. Schippers
Département Universitaire de Médecine Générale (DUMG), Université de Liège, Prof. M. Vanmeerbeek, Dr. Ph. Denoël
Afdeling Arbeids-, Milieu-, en Verzekeringsgeneeskunde, Katholieke Universiteit Leuven, Prof. P. Donceel, C. Tiedtke et Dr. K. Mortelmans (Idewe)
Onderzoeksopzet
Begin 2011 heeft de contractant op vraag van de opdrachtgever een onderzoeksrapport overhandigd getiteld “Verbetering van de samenwerking tussen de huisarts en de verzekeringsartsen en de bedrijfsartsen voor een betere aanpak van beroepgerelateerde ziekten”.
Dit onderzoeksrapport was gebaseerd op gerealiseerde groepsgesprekken met de huisartsen, de bedrijfsartsen en de verzekeringsartsen in het kader van het voorgaand project (Partnership in Medicine - HUT/DIRACT/2009/AP/1). Deze gesprekken hebben aan het licht gebracht dat de wederzijdse miskenning van deze gezondheidsberoepen belangrijk is en dat elke beroepsgroep een zekere erkenning mist van de twee andere groepen. De bestaande communicatiemiddelen zijn karig en de momenten om van gedachten te wisselen, toch complementair aan elkaar, zijn schaars.
Deze gesprekken en reflecties hebben geleid tot praktische aanpassingsvoorstellen met het oog op een betere aanpak van de beroepsgerelateerde ziekten en de ziekten die het behoud van de band met het werk ongunstig kunnen beïnvloeden. Deze voorstellen moeten twee hoofdassen volgen:
- Een diepgaande herziening van de procedures inzake de overdracht van gegevens van patiënten moet op stapel worden gezet. Vier voorstellen tot verbetering van de communicatie en de wederzijdse erkenning van de artsen van de drie beroepsgroepen werden er geformuleerd:
- contact tussen de huisarts, de bedrijfsarts en de verzekeringsarts bij een arbeidsongeschiktheid van meer dan drie maanden ;
- de motivering van de beslissingen van de verzekeringsartsen ;
- de verspreiding van de informatie afkomstig van, of in het bezit van de bedrijfsarts ;
- de ontwikkeling van een specifieke rubriek op de website van de FOD Werkgelegenheid.
In eerste instantie kan de uitvoering van deze voorstellen gebeuren via de klassieke communicatiemiddelen, in hoofdzaak op een papieren drager. De elektronische communicatie zal hier in de nabije toekomst een grotere rol in spelen, maar de ethische bezwaren en de bezwaren in verband met de bescherming van het privéleven moeten zorgvuldig worden bestudeerd in een voorbereidende fase door een technische werkgroep die de betrokken instanties en overheden verenigt.
- De initiële opleiding en de voortgezette opleiding van de artsen moet meer rekening houden met de noodzakelijke samenwerking van de actoren op het desbetreffende terrein en de beroepscompetenties in dat domein moeten beter worden gedefinieerd en werkbaar zijn.
Deze voorstellen weerspiegelen echter alleen de opinies en overtuigingen van een relatief beperkt aantal artsen van de drie beroepsgroepen die zich in hun persoonlijke naam uitdrukken. Alvorens iedere toepassing en iedere wettelijke aanpassing moeten deze maatregelen eerst voorwerp uitmaken van overleg met de vertegenwoordigers van de direct betrokken milieus (beroepsvereniging, arbeidsgeneeskundige diensten, ziekenfondsfederaties, Assuralia, Riziv, administratie van de FOD Werkgelegenheid), om zich te kunnen verzekeren van een zo ruim mogelijke instemming van deze representatieve organisaties en om de geloofwaardigheid en de legitimiteit van deze maatregelen te kunnen garanderen bij de artsen op het terrein. Het validatieproces moet ook de patiëntenorganisaties, de werknemersorganisaties, de twee Fondsen (FBZ en FAO) … betrekken.
De Delphi consensusmethode is dus voorgesteld voor de validering van de voorstellen bij de betrokken beroepsgroepen.
Bijkomende inlichtingen
Indien u meer informatie wenst over dit onderzoek of de publicaties, neem dan contact op met de Directie van het Onderzoek over de Verbetering van de Arbeidsomstandigheden (DIOVA), E. Blerotstraat 1 - 1070 Brussel, alain.piette@werk.belgie.be.