NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

2014 - Evaluatie van vormingen m.b.t. welzijn op het werk: preventieadviseurs, veiligheidscoördinatoren en vertrouwenspersonen

Hoofdthema

Evaluatie van vormingen m.b.t. welzijn op het werk: preventieadviseurs, veiligheidscoördinatoren en vertrouwenspersonen.

Subthema

De reglementering inzake welzijn op het werk omschrijft de opdrachten van de verschillende actoren op het gebied van preventie en bescherming op het werk om de werkgever bij te staan bij het vervullen van zijn verplichtingen inzake welzijn. De reglementering bepaalt eveneens de bekwaamheden en de vorming waarover deze actoren moeten beschikken. De instituties belast met deze vorming moeten worden erkend door de FOD Werkgelegenheid.

Het voorliggend onderzoek betreft de vorming van de volgende actoren:

  • Preventieadviseurs arbeidsveiligheid niveau I en II
  • Preventieadviseurs interne dienst, basiskennis (zgn. niveau III)
  • Preventieadviseurs die gespecialiseerd zijn in ergonomie, arbeidshygiëne of psychosociale aspecten (niet arbeidsgeneeskunde)
  • Veiligheidscoördinatoren, cursusmodule (30u), aanvullende vorming van niveau B (80u) en aanvullende vorming van niveau A (150u)
  • Vertrouwenspersonen

Als gevolg van de evolutie van de wetgeving inzake welzijn op het werk sinds 1996 en de publicatie van de verschillende Koninklijke besluiten betreffende de vorming van deze actoren op het gebied van preventie, zijn de bedoelde vormingen sterk gewijzigd. De FOD Werkgelegenheid is bezig met projecten om de wetgeving die van toepassing is op deze vormingen te verbeteren en bestaande problemen op te lossen.

Het huidige onderzoeksvoorstel heeft tot doel het bestaande vormingsaanbod te evalueren en de problemen van de verschillende vormingsinstellingen in kaart te brengen, evenals de noden en moeilijkheden van de werkgevers te bepalen wanneer zij een beroep doen op een vormingsinstelling of bij aanwerving van een actor op het gebied van preventie, zij het een preventieadviseur, vertrouwenspersoon of veiligheidscoördinator. Het project beoogt evenwel niet alleen het doen van vaststellingen, maar ook het voorstellen van aanbevelingen aan de FOD Werkgelegenheid die moeten toelaten om de doelstellingen, de inhoud en de kwaliteit van het vormingsaanbod te verbeteren.

Timing

2013-2014

Opdrachtgever

Directie van het onderzoek over de verbetering van de arbeidsomstandigheden (DiOVA)

Onderzoeksteam

ASBL Engender, Katrien Van der Heyden, Lucien Pieck, Dominique Danau, Nathalie Wuiame, Jacqueline Brau

Onderzoeksopzet

De 3 doelstellingen van dit onderzoek (uitgevoerd tussen augustus 2013 en juli 2014) zijn:

  1. Het evalueren van de verschillende bestaande vormingen voor preventieadviseurs (niveau I, II, basiskennis (of in het jargon ook niveau III), specialisaties inzake ergonomie, arbeidshygiëne of psychosociale aspecten), vertrouwenspersonen en veiligheidscoördinatoren.
  2. Het verzamelen van gegevens betreffende noden en knelpunten inzake de  kennis van de reglementering, de vereiste bekwaamheid op het terrein, het beroep doen op de aanbieders van vorming.
  3. Het formuleren van aanbevelingen, met name op het niveau van de regelgeving, om de reglementaire verplichtingen beter af te stemmen op de vragen van de werkgevers, de (kandidaat-)preventieadviseurs en de aanbieders van opleidingen. De aanbevelingen hebben betrekking op het bepalen van de doelstellingen van de vorming, evenals op de organisatie, de inhoud en de evaluatie ervan.

De methodologie steunt op 3 assen:

  1. Analyse van de erkenningsdossiers van de vormingsinstellingen
  2. Organisatie van focus groepen met verschillende actoren
  3. Uitvoeren van enquêtes bij lesgevers en deelnemers van de vormingen.

Het onderzoek moet het gehele Belgische grondgebied beslagen.
De genderdimensie moet in rekening worden gebracht tijdens alle fasen van het onderzoek.

Resultaten

De resultaten worden hier weergegeven volgens de evaluatie criteria.

Relevantie

Enerzijds drukten de werkgevers in de interviews vooral een behoefte uit om aan visie ontwikkeling te doen in de opleidingen. We kunnen samenvatten dat de werkgevers vooral nood hebben aan preventieadviseurs die helder zijn in hun communicatie, overzicht hebben, verbanden leggen tussen en over de bedrijven en sectoren heen, initiatieven nemen. 

Niet helemaal overlappend, maar wel aansluitend, gaven de deelnemers van de opleidingen in de enquêtes aan dat ze vooral praktijkgerichte opleidingen willen. Nu ligt de nadruk teveel op theorie. Ze hebben vooral behoefte om concreet aan de slag te kunnen gaan in hun bedrijf en willen de instrumenten die dit voor hen mogelijk maken. Wat relevantie betreft zien we dus inhoudelijk een spanningsveld wat betreft de relevantie van de aangeboden inhoud: momenteel zijn de doelen eerder op kennisniveau geformuleerd, terwijl er vooral vraag is naar een praktijkgerichte opleiding vanuit het werkveld.

Hiermee nauw mee verwant, kunnen we ook het inhoudelijk spanningsveld situeren tussen enerzijds een opleiding voor generalisten of voor specialisten.

Coherentie

Er is een probleem in de coherentie van het profiel van deelnemers voor de opleidingen niveau 1 en specialisaties en de (universitaire) toelatingsvoorwaarden.

Efficiëntie

Als we dan kijken welke concrete middelen er in de opleidingen worden gestoken om deze output te bereiken, dan zien we een niet gebalanceerde verhouding. Er zijn 2 belangrijke factoren die een ernstige beperking vormen op de kwaliteit van de output: beschikbare budget en tijd.

Effectiviteit

Immers, door de beperkte tijd die ze ter beschikking hebben en het beperkte budget, is er weinig ruimte om praktijkervaring te begeleiden of aan te leren. Dit laatste is echter wel de behoefte van het werkveld.

Bruikbaarheid

Zowel de lesgevers als de preventieadviseurs zelf, geven in de enquêtes voor respectievelijk 67% en 72% aan dat ze tijdens de opleidingen voldoende competenties hebben verworven om hun functie in het bedrijf uit te voeren. Dit duidt op een grote tevredenheid en betekent dat de opleidingen voldoende bruikbaar zijn.

Samenvattend kunnen we dus stellen dat de opleidingen zeker effectief zijn (er wordt voldoende kennis overgedragen), maar weinig efficiënt (beperkte budget en tijd) en ook niet optimaal relevant (omdat het werkveld vraagt naar praktijk, terwijl de doelen zich eerder op theorie richten).

Aanbevelingen

 Aanbevelingen 

Publicaties

Verslag: Evaluatie vormingen Welzijn op het Werk (PDF, 945 KB)
Engender. Leden van het evaluatie team: Katrien Van der Heyden, Lucien Pieck, Dominique Danau, Nathalie Wuiame, Jacqueline Brau. 2014

Samenvatting: Evaluatie vormingen welzijn op het werk (PDF, 161 KB)
Engender. Leden van het evaluatie team: Katrien Van der Heyden, Lucien Pieck, Dominique Danau, Nathalie Wuiame, Jacqueline Brau. 2014

Bijkomende inlichtingen

Indien u meer informatie wenst over dit onderzoek of de publicaties, neem dan contact op met de Directie van het Onderzoek over de Verbetering van de Arbeidsomstandigheden (DIOVA), E. Blerotstraat 1 - 1070 Brussel, alain.piette@werk.belgie.be.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites