NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

2015 - Onderzoek over het welzijn van de bedrijfsleiders van ZKO’s (zeer kleine ondernemingen) en van de impact op hun werknemers

Hoofdthema

2015 Onderzoek over het welzijn van de bedrijfsleiders van ZKO’s (zeer kleine ondernemingen) en van de impact op hun werknemers.

Subthema

De bedrijfsleiders van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s en ZKO’s) vallen niet onder het toepassingsgebied van de wet betreffende het welzijn op het werk, in tegenstelling tot hun werknemers tegenover wie zij wettelijke verplichtingen hebben. Studies tonen echter aan dat hun gezondheid vaak minder goed is dan die van hun werknemers. Bovenop het dagelijks beheer van hun onderneming, oefenen de meesten hun beroep uit en zijn zij dus net als hun werknemers blootgesteld aan beroepsrisico’s. Dit geldt meer specifiek voor de kleinere bedrijven van minder dan 10 tot 20 werknemers (ZKO’s : zeer kleine ondernemingen) en in zeer veel activiteitensectoren: bouw, kappers, bakkers, slagers, schoenmakers, medische kabinetten, horeca…

De verontrustende gezondheidstoestand van de bedrijfsleiders van de ZKO’s heeft een impact op de gezondheid en de veiligheid van hun werknemers maar heeft ook een grote impact op de tewerkstelling. Bovendien wensen deze bedrijfsleiders, gelet op hun arbeidsomstandigheden, hun arbeidstijd en dus hun verslechterde gezondheid, hun onderneming niet meer door te geven aan hun nakomelingen.

Bijgevolg is het belangrijk om de arbeidsomstandigheden, de beroepsrisico’s en de gezondheid van de bedrijfsleiders van de ZKO’s beter te bestuderen en te kennen, maar daarnaast ook deze van hun werknemers zodat de impact op de arbeidsomstandigheden (van hun werknemers) kan worden nagegaan.
Daarnaast is het ook belangrijk om de impact na te gaan m.b.t. de tewerkstelling en de continuïteit van de economische activiteiten van de ZKO’s.

Timing

2015-2016

Opdrachtgever

Directie van het onderzoek over de verbetering van de arbeidsomstandigheden (DiOVA)

Onderzoeksteam

  • Miet Lamberts, HIVA – KuLeuven
  • Laurianne Terlinden, HIVA – KuLeuven
  • Lode Godderis, KuLeuven ( Departement Maatschappelijke gezondheidszorg en eerstelijnszorg)
  • Chantal Van Audenhove, KuLeuven, LUCAS Centrum voor Zorgonderzoek en Consultancy

Onderzoeksopzet

Doelstellingen

De doelstellingen van het onderzoek zijn de volgende:

  • Alle beschikbare, zowel Belgische als internationale, informatie inventariseren over de beroepsrisico’s en over de algemene (fysieke en mentale) gezondheid van de bedrijfsleiders van de ZKO’s (minder dan 20 werknemers).
  • Een enquête voeren in de ZKO’s om de bedrijfsleiders en hun werknemers te ondervragen over hun arbeidsomstandigheden: invloed op de gezondheid, belang van alle aanwezige (fysieke en psychosociale) risico’s…
  • De impact aantonen van de arbeidsomstandigheden en van de gezondheid van de bedrijfsleiders op die van hun werknemers maar ook op de overdracht en de continuïteit van de economische activiteiten van de ZKO’s.
  • Ondervragen, impliceren, bespreken van resultaten met deskundigen van de ZKO’s (UCM, UNIZO…) maar ook met deskundigen in Welzijn op het werk.

Verloop

 Om deze doelstellingen te bereiken zal het onderzoek 4 fases omvatten:

  1. Overzicht van de literatuur
    • Overzicht van zowel nationale als internationale literatuur over de arbeidsomstandigheden  (gezondheid, risicofactoren ) waarmee de bedrijfsleiders en de werknemers van de ZKO’s worden geconfronteerd, met bijzondere aandacht voor de genderdimensie.
  1. Enquête op het terrein bij de ZKO’s
    • Enquête op het terrein om de gegevens in te zamelen over de arbeidsomstandigheden en de gezondheid van de bedrijfsleiders van de ZKO’s en van hun werknemers met behulp van de meest gepaste methode (vragenlijst, focus groepen…) met bijzondere aandacht voor de genderdimensie. Deze enquête moet het mogelijk maken om het verband te leggen en de impact aan te tonen van de arbeidsomstandigheden van de bedrijfsleiders op die van hun werknemers. De impact van de arbeidsomstandigheden op de continuïteit van de economische activiteiten van de ZKO’s moet ook in rekening worden genomen.
    • Selectie van een representatief staal van ZKO’s op het grondgebied en van bedrijfsleiders en van werknemers in deze ondernemingen
    • Analyse van de gegevens
  1. Raadpleging van deskundigen
    • Raadpleging van de sociale partners deskundigen van de ZKO’s
      • Werkgeversorganisaties (UCM, UNIZO…)
      • Vakbondorganisaties
    • Raadpleging van deskundigen inzake Welzijn op het werk (arbeidsgeneesheren en andere preventieadviseurs van de interne of externe preventiediensten, arbeidsinspecteurs en inspecteurs van de sociale wetten, sociale partners en met name de vertegenwoordigers van de werknemers, …) om hen te confronteren met de resultaten van de enquête en te vragen naar hun mening en hun ervaring in verband met de ZKO’s.
  1. Aanbevelingen voor de ZKO’s
    • Op basis van de resultaten van de enquête en raadpleging van de deskundigen, zullen de onderzoekers aanbevelingen formuleren om de ZKO’s te helpen het welzijn op het werk te verbeteren van de bedrijfsleiders en van hun werknemers.

Het onderzoek moet het gehele Belgische grondgebied beslagen.
De genderdimensie moet in rekening worden gebracht tijdens alle fasen van het onderzoek.

Bijkomende inlichtingen

Indien u meer informatie wenst over dit onderzoek of de publicaties, neem dan contact op met de Directie van het Onderzoek over de Verbetering van de Arbeidsomstandigheden (DIOVA), E. Blerotstraat 1 - 1070 Brussel, alain.piette@werk.belgie.be.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites