NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

2018 - Evaluatie van de impact van de nieuwe reglementering op de re-integratie op het werk

Hoofdthema

2018 Evaluatie van de impact van de nieuwe reglementering op de re-integratie op het werk

Subthema

Een afwezigheid wegens langdurige ziekte brengt hoge kosten teweeg voor de werkgever, voor de sociale zekerheid en voor de maatschappij, maar zeker ook voor de werknemer die zelf arbeidsongeschikt is: ze leidt tot inkomensverlies, verlies van sociale contacten, en vaak ook tot meer gezondheidsproblemen. Hoe langer iemand arbeidsongeschikt is, hoe moeilijker het wordt om terug te keren naar het werk. Het is dus van primordiaal belang om aan de werknemers alle kansen te bieden om in een vroegtijdig stadium weer aan het werk te gaan. Het verloop van een re-integratietraject moet het voor de werkgevers en voor de werknemers mogelijk maken om zich er bewust van te worden dat er werkelijk mogelijkheden bestaan voor de re-integratie en om hen te helpen om deze kans te grijpen.

Om die reden werd een onderscheid gemaakt naargelang het gaat over de re-integratie van werknemers die arbeidsongeschikt zijn of wel over personen in arbeidsongeschiktheid die niet gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst.

Het is zo dat wijzigingen in de RIZIV-wetgeving en in de wetgeving over het welzijn op het werk in werking zijn getreden op 1 januari 2017.

Voor de personen in arbeidsongeschiktheid zonder arbeidsovereenkomst, bestaat er een re-integratietraject gericht op de socio-professionele re-integratie dat onder leiding staat van de adviserend geneesheer van de mutualiteit en tijdens hetwelk hij medewerkt met o.a. de gewestelijke tewerkstellingsinstellingen (Forem, VDAB, Actiris).
In het kader van het koninklijk besluit van 8 november 2016 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 betreffende de socioprofessionele herinschakeling (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 24 november 2016, Ed.2), gaat het RIZIV regelmatig de efficiëntie en de gevolgen van dit besluit in de praktijk evalueren.

Sinds de verschijning van de codex welzijn op het werk, bevinden de wijzigingen van de wetgeving welzijn op het werk betreffende het re-integratietraject zich in de artikelen I.4-72 tot I.4-82 van de codex (hoofdstuk VI van boek I, titel 4). Deze webpagina’s op deze website geven uitleg over de nieuwe wetgeving: Re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers.

Ingevolge het overleg en de gezondheidsevaluatie, neemt de preventieadviseur arbeidsgeneesheer (PAAG) één van de 5 volgende beslissingen, die hij aanduidt op het evaluatieformulier voor re-integratie (art. I.4-73):

  1. er bestaat een mogelijkheid dat de werknemer, op termijn, het overeengekomen werk zou kunnen hervatten, desgevallend met een aanpassing van de werkpost, en de werknemer in staat is om ondertussen bij de werkgever een aangepast werk of een ander werk uit te voeren, desgevallend met een aanpassing van de werkpost. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bepaalt de modaliteiten van het aangepast werk of van het ander werk, alsook de aanpassing van de werkpost. Op het moment waarop hij dit bepaalt onderzoekt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer het re-integratietraject overeenkomstig § 3;
  2. er bestaat een mogelijkheid dat de werknemer, op termijn, het overeengekomen werk zou kunnen hervatten, desgevallend met een aanpassing van de werkpost, maar de werknemer niet in staat is om ondertussen bij de werkgever een ander aangepast werk noch een ander werk uit te voeren. Op het moment waarop hij dit bepaalt onderzoekt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer het re-integratietraject overeenkomstig § 3;
  3. de werknemer is definitief ongeschikt om het overeengekomen werk te hervatten maar is in staat om bij de werkgever een aangepast werk of een ander werk uit te voeren, desgevallend met een aanpassing van de werkpost. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bepaalt de modaliteiten van het aangepast werk of van het ander werk, alsook de aanpassing van de werkpost;
  4. de werknemer is definitief ongeschikt om het overeengekomen werk te hervatten en is noch in staat om bij de werkgever aangepast werk noch om ander werk uit te voeren;
  5. hij meent dat het niet gepast is om een re-integratietraject op te starten om medische redenen. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer onderzoekt opnieuw om de 2 maanden de mogelijkheden om het re-integratietraject op te starten. Deze beslissing mag niet worden genomen voor een re-integratietraject dat werd opgestart op verzoek van de adviserend geneesheer, zoals bedoeld in artikel I.4-73, § 1, 2°.

Sommige externe diensten voor preventie en bescherming op het werk (EDPB) hebben gedurende 2017 de eerste cijfers naar voren gebracht in verband met deze 5 re-integratietrajecten. Deze cijfers lijken vrij verschillend van de ene EDPB tot de andere. Maar voor ten minste 2 EDPB blijkt dat 70% van de beslissingen van de EDPB het traject d betreffen, anders gezegd, definitief ongeschikt en niet in staat om een ander werk of een aangepast werk uit te voeren, wat kan leiden tot de vaststelling van het einde van de overeenkomst van de werknemer wegens medische overmacht.

Deze vaststelling druist in tegen de eerste doelstelling van deze nieuwe wetgeving die erin bestaat om de re-integratie op het werk van langdurig arbeidsongeschikte werknemers te bevorderen.

De doelstelling van deze opdracht is het evalueren van de impact van deze nieuwe wetgeving inzake re-integratie op het werk voor de arbeidsongeschikte werknemers, voornamelijk om te zien wat er gebeurt met de werknemers voor wie een re-integratie in de onderneming niet mogelijk was ingevolge de beslissing c of d en om eventueel aanbevelingen te formuleren om deze nieuwe wetgeving en de toepassing ervan aan te passen in de praktijk.

Timing

2018-2020

Opdrachtgever

Directie van het onderzoek over de verbetering van de arbeidsomstandigheden (DiOVA)

Onderzoeksteam

  • Lode Godderis, Centrum voor Omgeving en Gezondheid, KuLeuven
  • Jeroen Luyten, KuLeuven
  • Jozef Pacolet, HIVA, KuLeuven
  • Inge Neyens, LUCAS, KuLeuven
  • Vanessa De Greef, ULB

Onderzoeksopzet

Doelstellingen

De doelstellingen van het onderzoek zijn:

  1. Alle mogelijke cijfers verzamelen en analyseren over de trajecten voor re-integratie van de werknemers op het werk:
    • Een lijst van indicatoren zal worden opgemaakt door de onderzoekers in overleg met de FOD werkgelegenheid teneinde de efficiëntie en de gevolgen van de re-integratie op het werk te kunnen bepalen.
    • Het grootst mogelijke aantal gegevens zal worden verzameld, met name bij:
      • alle externe preventie- en beschermingsdiensten;
      • de interne arbeidsgeneesheren, door toedoen van met name de beroepsverenigingen;
      • de adviserend geneesheren;
      • de sectoren…
    • De ingezamelde gegevens zullen worden vergeleken met de bestaande situatie voor de inwerkingtreding van deze nieuwe wetgeving, in het bijzonder, het aantal gevallen van einde van de overeenkomst wegens medische overmacht. 
     
  2. Een onderzoek instellen over de personen voor dewelke de beslissing werd genomen, anders gezegd, definitief ongeschikt en niet in staat om een ander werk of een aangepast werk uit te voeren:
    • Met de arbeidsgeneesheren bekijken hoe deze mensen kunnen worden bereikt om hen te kunnen opvolgen na de aangekondigde beslissing.
    • De bedoeling van de opvolging is in het bijzonder te weten of deze mensen zonder werk blijven, opnieuw werk vinden in een andere onderneming, opleidingen volgen, …
      • De opvolging zou op verschillende ogenblikken volgen, bijvoorbeeld 3 keer: in het begin, na x maanden, na xx maanden.
      • De ideale opvolgingsfrekwentie zal worden besproken in de prijsofferte en zal worden gevalideerd in overleg met de FOD Werkgelegenheid.
       
     
  3. Aanbevelingen formuleren op basis van de uitgevoerde analyses:
    • Moet de reglementering worden aangepast en, zo ja, op welke manier ?
    • Moeten de praktijken op het terrein voor de toepassing van deze reglementering worden aangepast?

      Deze aanbevelingen zouden kunnen worden gericht op verschillende doelgroepen, bijvoorbeeld:
      • de arbeidsgeneesheren, adviserende en behandelende geneesheren;
      • de werkgevers en de ondernemingen;
      • de vertegenwoordigers van de werknemers;
      • de werknemers;
      • de arbeidsinspectie;
       
     

In ieder geval moet het onderzoek betrekking hebben op het gehele grondgebied van de federale Staat.

Bijkomende inlichtingen

Indien u meer informatie wenst over dit onderzoek of de publicaties, neem dan contact op met de Directie van het Onderzoek over de Verbetering van de Arbeidsomstandigheden (DIOVA), E. Blerotstraat 1 - 1070 Brussel, alain.piette@werk.belgie.be.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Sitemap - Bescherming van persoonsgegevens